Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
geenwoonlasten zijn verbonden. [3] Uit de MvT blijkt verder dat als een bestuursorgaan gebruik wil maken van de verlagingsmogelijkheid uit artikel 27, voor de toepassing daarvan doorslaggevend is dat niet jegens een derde woonkosten verschuldigd zijn. In het geval van eiser is dat niet aan de orde nu hij wel enige woonkosten is verschuldigd jegens een derde. De wettelijke bevoegdheid om met lagere woonkosten rekening te houden bij het bepalen van de hoogte van het recht op bijstand is dan artikel 18, eerste lid van de Pw en niet artikel 27 van Pro de Pw. Dat het bestuur in de Beleidsregels het artikel 27 van Pro de Pw noemt en de hoogte van de afstemming mede op basis van deze beleidsregels heeft gebaseerd, maakt niet dat de oorspronkelijke besluiten evident onrechtmatig zijn. Het gaat er immers om dat de besluiten genomen zijn op grond van de juiste wettelijke grondslag, te weten artikel 18, eerste lid van de Pw.
Beslissing
H.J. Renders, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2026.