Uitspraak
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
wanneersprake is van een interne melding, maar van een melder mag in beginsel verwacht worden dat hij de interne meldprocedure volgt. Slechts in voorkomende gevallen is denkbaar dat ook ontslagbescherming kan worden genoten als de meldprocedure niet (volledig) is gevolgd.
ofom aan CZE voldoende duidelijk te maken dat hij beoogde een melding te doen in de zin van de klokkenluidersregeling, zodat CZE [verweerder] op de interne meldprocedure had kunnen wijzen.
ernstigverwijtbaar. Het kan [verweerder] zonder meer worden aangerekend dat hij zich, ook nadat hij hiervoor veelvuldig gewaarschuwd is, steeds opnieuw op negatieve wijze heeft uitgelaten over zijn collega’s en leidinggevende. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat [verweerder] steeds dreigde om eenzijdig zijn security taken neer te leggen als niet naar hem geluisterd zou worden. Niettemin vloeide het gedrag van [verweerder] voort uit een hoog verantwoordelijkheidsgevoel voor de veiligheid binnen CZE, en is zijn wijze van communiceren niet moedwillig onbehoorlijk geweest, maar is dit het gevolg geweest van het feit dat [verweerder] zich niet gehoord voelde. Al met al is de lat van ernstige verwijtbaarheid, als gevolg waarvan [verweerder] zijn recht op een transitievergoeding zou verliezen, niet gehaald. Het tegenverzoek van [verweerder] om CZE te veroordelen tot betaling van die transitievergoeding wordt daarom toegewezen. De kantonrechter stelt de hoogte van de transitievergoeding ambtshalve vast op € 53.986,42 bruto, uitgaande van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op 1 augustus 2026.