Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.Inleiding
2.De procedure
- de akte van de verhuurders
- de akte van de makelaar.
3.De verdere beoordeling
kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van het plegen van onrechtmatige daden door huurder(s) en / of eigenaar / verhuurder.”
zorg van een goede opdrachtnemerin acht te nemen. Deze maatstaf is in de jurisprudentie als volgt nader ingevuld.
- de informatie en documenten waren immers enkel ontvangen van de huurders (niet van een andere partij) – waardoor het risico op het blootstaan aan falsificatie groter is,
- het ging hier om twee mannen die geen bekende woon- of verblijfplaats hadden in Nederland. Zij zouden dus ook geen / veel moeilijker verhaalsmogelijkheden bieden bij schade / fraude en de juistheid van hun verklaringen zou moeilijker te controleren zijn,
- de ontvangen / ingeziene documenten – [nationaliteit] paspoorten, een employer’s statement en een verklaring van een buitenlandse autoriteit – waren geen documenten waarvan zonder meer van de echtheid kon worden uitgegaan, ook omdat het voor een Nederlandse makelaar geen bekende documenten zijn (niet is gesteld dat dit wel het geval is),
- niet is gesteld of gebleken dat de werkgever – “ [A] ” althans “ [C] ” – een bekende onderneming was voor de makelaar of überhaupt bestaat / heeft bestaan.
het gevolg isvan het tekortschieten. Daaruit volgt dat alleen schade wordt vergoed die niet zou zijn ontstaan als er niet zou zijn tekortgeschoten (het zogenaamd
conditio sine qua non verband). Dit volgt uit artikel 6:74 BW Pro, waar de verhuurders ook hun vordering op baseren.
kan worden toegerekend. Bij het antwoord op de vraag of schade kan worden toegerekend zijn (1) de aard van de aansprakelijkheid, (2) de aard van de schade en (3) het verband tussen de schade en de gebeurtenis (/ de voorzienbaarheid) belangrijke gezichtspunten.