Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:4444

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
01/086770-22
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor diefstal door braak en mishandeling met taakstraf en gevangenisstraf

De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij vier Toyota Auris personenauto’s in Eindhoven werden gestolen door middel van braak, en voor mishandeling van een persoon op een feest in Eindhoven.

De diefstallen vonden plaats in de nacht van 5 op 6 april 2022 in de wijk Engelsbergen. De auto’s werden met braakschade teruggevonden zonder katalysatoren, die later werden aangetroffen in een bestelbus. Onderzoek toonde intensief contact tussen verdachte en medeverdachte, en aanwezigheid op de locaties van de diefstallen. De mishandeling betrof een vuistslag tegen het hoofd van het slachtoffer op 22 januari 2023.

De rechtbank verwierp het beroep op noodweer en putatief noodweerexces. De verdachte werd vrijgesproken van de heling van een fatbike wegens onvoldoende bewijs. De straf bestaat uit een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf van 210 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De redelijke termijn werd overschreden, waardoor de onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk is aan het voorarrest.

Daarnaast is aan het slachtoffer van de mishandeling een schadevergoeding van €5.973,53 toegekend, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank legde bijzondere voorwaarden op aan de voorwaardelijke straf, waaronder reclasseringstoezicht en medewerking aan behandeling en controles.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf, gevangenisstraf en schadevergoeding voor diefstal door braak en mishandeling.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummers: 01.086770.22, 01.321209.24 en 01.020837.23 (ter terechtzitting gevoegd).
Datum uitspraak: 23 juni 2026.
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1980] ,
wonende te [adres] ,
thans uit andere hoofde gedetineerd te: [verblijfplaats] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 juni 2026.
Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen de verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 21 februari 2024 en 6 mei 2026.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
parketnummer 01.086770.22 primair:
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 5 april 2022 tot en met
6 april 2022 te Eindhoven, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een personenauto, merk Toyota type Auris ( [kenteken 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of
een personenauto, merk Toyota type Auris ( [kenteken 2] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of
een personenauto merk Toyota type Auris ( [kenteken 3] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of
een personenauto merk Toyota type Auris ( [kenteken 4] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4]
in elk geval (telkens) enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf (telkens) heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen personenauto's onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 april 2022 te Son en Breugel en/of te Deurne en/of elders inNederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vier,althans een aantal katalysatoren, in elk geval een aantal goederen heeft verworven,voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhandenkrijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden,dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
parketnummer 01.321209.24:
hij op of omstreeks 28 juli 2024 te Eindhoven, althans in Nederlandeen fatbike, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeftovergedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregengoed betrof;
parketnummer 01.020837.23:
hij op of omstreeks 22 januari 2023 te Eindhoven[slachtoffer 5] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 5] (met kracht) eenvuistslag tegen zijn slaap althans tegen zijn hoofd te geven.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

Evenals de officier van justitie en de raadsvrouw acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 01.321209.24 is ten laste gelegd (de heling van een fatbike) zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de feiten onder parketnummer 01.086770.22 primair en parketnummer 01.020837.23 bewezen geacht.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het gehele tenlastegelegde onder parketnummer 01.086770.22 (de vermogensdelicten) en heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd wat betreft bewezenverklaring van het feit onder parketnummer 01.020837.23 (de mishandeling).
De bewijsmiddelen
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is als bijlage 1 bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De rechtbank overweegt voorts het volgende.
Het oordeel van de rechtbank.
Relevante feiten en omstandigheden
Op 6 april 2022 hebben 4 personen aangifte gedaan van diefstal van hun personenauto. Het ging om 4 keer een diefstal van een Toyota Auris. De aangevers waren de eigenaren dan wel de gebruikers van die auto’s. De auto’s zijn volgens de aangiftes in de nacht van 5 op 6 april 2022 gestolen. Dit gebeurde op 4 plaatsen in de wijk Engelsbergen in Eindhoven.
De 4 auto’s zijn op 6 april 2022 in Eindhoven teruggevonden met allen braakschade op het bestuurdersportier. Onder de auto’s was telkens de katalysator verwijderd. Uit technisch voertuigonderzoek aan de 4 weggenomen Toyota’s is gebleken dat de uitlaatstukken die aan de katalysatoren zaten, waren afgezaagd.
Op 6 april 2022 omstreeks 11:35 uur zijn in Deurne in de zwarte Mercedes bestelbus (kenteken [kenteken 5] ) van [naam 1] 4 katalysatoren met daarop het symbool van Toyota aangetroffen. Deze [naam 1] heeft verklaard dat hij de 4 katalysatoren op 6 april 2022 heeft gekocht van een man uit Eindhoven, ene [naam 2] . Dit was bij het bedrijf [bedrijf 1] in Deurne. Deze [naam 2] was daar in een grijze auto, aldus [naam 1] . Uit onderzoek is gebleken dat deze 4 katalysatoren pasten op de afgezaagde uitlaatstukken zoals aangetroffen op de 4 weggenomen Toyota’s.
Uit eerder onderzoek door de politie was gebleken dat de medeverdachte [medeverdachte] gebruik maakte van een grijze Mercedes-Benz, A-klasse, met kenteken [kenteken 6] en [verdachte] van een grijze Volkswagen Jetta, met kenteken [kenteken 7] . Ook was uit eerder onderzoek gebleken waar [medeverdachte] en [verdachte] in die periode woonden en wat de naam van de partner van [medeverdachte] was.
De politie heeft naar aanleiding van voornoemde meldingen in de nacht en ochtend van 6 april 2022 observaties uitgevoerd gericht op de verdachte [verdachte] en de medeverdachte [medeverdachte] . Zij hebben geconstateerd dat de Mercedes van [medeverdachte] die nacht om 05:07 uur wegreed vanaf de woning van [medeverdachte] . De auto van [verdachte] vertrekt om 5:27 uur vanaf diens woning. De Volkswagen Jetta van [verdachte] is gezien in 2 straten in Eindhoven vanwaar 2 Toyota’s zijn weggenomen, waaronder in de Engelsbergenstraat. Daar is de Volkswagen Jetta ook gestopt. Uit de Volkswagen Jetta is een man gestapt die donkere kleding en opvallend witte schoenen droeg. De persoon met dit signalement is later herkend als [verdachte] .
Ook de Mercedes van [medeverdachte] is in de wijk Engelsbergen gezien en deze parkeerde achter de Volkswagen Jetta. Twee mannen liepen ter plaatse over straat. Een donkerblauwe Toyota Auris reed weg en de bestuurder was volgens de verbalisanten heel erg gelijkend op [medeverdachte] . Deze Toyota reed een doodlopende weg in die leidt naar het woonwagenkamp aan de Welschapsedijk. Later reed de Volkswagen Jetta weg van dit woonwagenkamp met 2 personen erin. Ze reden naar de Mercedes van [medeverdachte] die in de wijk Engelsbergen stond. Een man met donkere kleding en donkere schoenen stapte in de Mercedes.
Vanuit de betreffende wijk reed een witte Toyota Auris met een kenteken beginnend met de letters van een van de Toyota’s uit de aangiften naar de Welschapsedijk. De Mercedes stond toen nog in de wijk dichtbij de Volkswagen Jetta en [verdachte] stond op straat.
Vervolgens reed een donkerkleurige Toyota Auris richting voornoemd woonwagenkamp.
Later hebben verbalisanten waargenomen dat in totaal 4 Toyota’s Auris achtereenvolgens met veel lawaai het woonwagenkamp kwamen afgereden. Telkens was de Volkswagen Jetta in de buurt. Ook is een derde persoon, een man met pet, gezien die uit de richting van een van de Toyota’s kwam en richting het woonwagenkamp liep.
Om 7:14 uur zijn de Volkswagen Jetta en de Mercedes A-klasse bij de woning van [verdachte] . [verdachte] wordt dan herkend. Ook [medeverdachte] wordt herkend. Hij wordt herkend als de man met de donkere kleding die eerder in de donkerblauwe Toyota was gezien.
Om 10:00 uur in de ochtend van 6 april 2022 hebben [verdachte] en [naam 1] elkaar getroffen op het terrein van [bedrijf 1] . [verdachte] was daar met de grijze Volkswagen Jetta en [naam 1] met een Mercedes bestelbus. In die bestelbus zijn anderhalf uur later de katalysatoren gevonden.
Aan de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte] is onderzoek uitgevoerd.
[medeverdachte] heeft met zijn partner [betrokkene] op 5 april 2022 via WhatsApp berichten uitgewisseld die gaan over diverse types Toyota’s en over adressen in de regio Eindhoven. Opvallend is een gesprek dat gaat over een camera die ergens hangt en dat “het dan niet kan”.
Uit het onderzoek komt verder naar voren dat [medeverdachte] en [verdachte] intensief contact met elkaar hebben in de periode voorafgaand aan 5 en 6 april 2022. Ook op 5 en 6 april 2026 hebben [medeverdachte] en [verdachte] met elkaar berichten uitgewisseld via WhatsApp, soms ook spraakberichten. Tijdens het onderzoek is de stem van [medeverdachte] herkend. De berichten gingen onder meer over “deze week knallen”. Er werden types Toyota’s genoemd en diverse adressen. [medeverdachte] zegt dat [betrokkene] alles aan het uitzoeken is en dat er geen deurbellen mogen hangen.
Om 2:57 uur schrijft [medeverdachte] dat hij net wakker is geschrokken en eraan komt. [verdachte] stuurt dan een locatie beginnend met “Engelsber...”. [verdachte] vraagt hoe lang het nog duurt. Om 6:47:41 uur stuurt [verdachte] een bericht dat Jan er om 10 uur is.
De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan dan dat hier bedoeld is [naam 1] .
Tot slot zijn in de Mercedes van [medeverdachte] (onder andere) een reciprozaag en drie krikken aangetroffen. In de Volkswagen Jetta van [verdachte] is (onder andere) een breekijzer gevonden.
Bewijsoverwegingen
De verdediging heeft aangevoerd dat feitelijk niet is waargenomen dat de Toyota’s door de verdachte en (een) ander(en) zijn weggenomen, zodat vrijspraak dient te volgen.
De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheid niet in de weg staat aan een bewezenverklaring. Als de rechtbank de feiten en omstandigheden die uit de bewijsmiddelen zijn gebleken en die de rechtbank hiervoor heeft uiteengezet, in onderling (tijds)verband en samenhang beziet, dan is met voldoende mate van zekerheid vast te stellen dat de verdachte een daadwerkelijke bijdrage heeft geleverd of een rol heeft gehad bij het plegen van deze diefstallen. De verdachte is midden in de nacht in de betreffende wijk nabij enkele van de gestolen auto’s gezien en herkend en hij is op de afgesproken tijd van 10 uur op 6 april 2022 gezien tijdens de overdracht van de 4 katalysatoren aan de heler [naam 1] .
Hoewel het gelet op de feiten en omstandigheden op de weg van de verdachte had gelegen om een uitleg te geven, heeft hij deze niet gegeven, behalve dat hij katalysatoren heeft gekocht en verkocht. Die verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat bovendien sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte] en een onbekende derde, die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering van de diefstallen van de 4 Toyota’s. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ bewezen.

De bewezenverklaring.

parketnummer 01.086770.22 primair:
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling (tijds)verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte
op tijdstippen in de periode van 5 april 2022 tot en met 6 april 2022 te Eindhoven,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
een personenauto, merk Toyota type Auris ( [kenteken 1] ), toebehorende aan [slachtoffer 1] en
een personenauto, merk Toyota type Auris ( [kenteken 2] ), toebehorende aan [slachtoffer 2] en
een personenauto merk Toyota type Auris ( [kenteken 3] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en
een personenauto merk Toyota type Auris ( [kenteken 4] ), toebehorende aan [slachtoffer 4]
heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen personenauto's onder hun bereikhebben gebracht door middel van braak..
parketnummer 01.020837.23:
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte
op 22 januari 2023 te Eindhoven [slachtoffer 5] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 5] met kracht een vuistslag tegen zijn hoofd te geven.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van de feiten en van de verdachte.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Voor zover de verdachte in de mishandelingszaak een beroep heeft gedaan op noodweer, overweegt de rechtbank dat naar haar oordeel niet aannemelijk is geworden dat sprake was van een (onmiddellijk dreigend gevaar voor een) ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. De door de verdachte gegeven lezing van de gebeurtenissen vindt zijn weerlegging in de aan wettige bewijsmiddelen ontleende feiten en omstandigheden. Het impliciet gedane beroep op noodweer wordt verworpen.
De rechtbank overweegt verder dat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte redelijkerwijs mocht menen dat hij zich moest verdedigen op de wijze zoals hij heeft gedaan, omdat hij verontschuldigbaar zich het dreigende gevaar heeft ingebeeld dan wel de aard van de dreiging verkeerd heeft beoordeeld. Het beroep op putatief noodweer(exces) wordt daarom eveneens verworpen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 210 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 15 april 2026.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht (bijlage 2).
Het standpunt van de verdediging.
Namens de verdachte is verzocht om een gevangenisstraf gelijk aan het ondergane voorarrest op te leggen en daarnaast een gedeeltelijk voorwaardelijke taakstraf met bijzondere voorwaarden.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straffen die aan de verdachte dienen te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstallen van 4 personenauto’s in vereniging met een ander of anderen gepleegd. Uit die auto’s zijn de katalysatoren verwijderd om deze vervolgens te verkopen aan een heler. De auto’s zijn vervolgens als wegwerpproducten weer op een andere plek achtergelaten. De eigenaren moesten maar zien of en hoe ze hun auto’s weer zouden terugvinden. Diefstallen veroorzaken overlast en schade en uit het handelen van de verdachte spreekt minachting voor andermans eigendom. Voor hem was het belangrijkste doel om snel geld te verdienen. Het planmatig handelen van de verdachte en het op geen enkele wijze aan kunnen kijken van het aandeel dat de verdachte hierin heeft gehad, verontrust de rechtbank.
Daarnaast heeft de verdachte op een feest iemand mishandeld. Met één slag heeft de verdachte iemand bewusteloos geslagen – met alle fysieke gevolgen van dien – waartoe de rechtbank geen enkele aanleiding is gebleken in de vorm van een zelfverdediging. Dat de verdachte klaarblijkelijk uit het niets over kan gaan tot zulk extreem geweld, is zorgelijk te noemen. Dit moet ook voor de andere feestgangers die dit allemaal ongevraagd hebben moeten aanschouwen, impact hebben gehad en een aantasting van hun veiligheidsgevoel hebben gegeven. Dat de verdachte er voor kiest om onrust op een feest te sussen met zijn vuisten rekent de rechtbank de verdachte aan.
De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving in beginsel niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.
Maar omdat de redelijke termijn in de zaak van de personenauto’s met 2 jaar en (ruim) 2 maanden is overschreden en in de mishandelingszaak met 1 jaar en 5 maanden, zal de rechtbank volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het ondergane voorarrest.
De rechtbank zal ook een taakstraf opleggen van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis.
De rechtbank zal daarnaast de op te leggen gevangenisstraf voor een deel voorwaardelijk opleggen om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
Aan deze voorwaardelijke straf zullen de hierna te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] .

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht de gehele vordering toewijsbaar.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft de post verlies van arbeidsvermogen betwist. Volgens de verdediging is onvoldoende gebleken dat sprake is van een causaal verband tussen dat verlies en de door de verdachte gepleegde mishandeling.
De verdediging heeft verzocht de kosten van rechtsbijstand door [bedrijf 2] af te wijzen.
De verdediging heeft tot slot verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de post immateriële schade, althans deze te matigen. Volgens de verdediging is het causale verband tussen de schade en de mishandeling onvoldoende onderbouwd.
Beoordeling.
De rechtbank stelt op grond van het strafdossier en de onderbouwing van de benadeelde partij vast dat de benadeelde partij als gevolg van de mishandeling lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dit is aan de verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW) naar billijkheid en gelet op de schadevergoeding die in vergelijkbare zaken wordt toegekend, vaststellen op € 500,- en de vordering voor dat deel toewijzen.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering van immateriële schade, omdat die in zoverre onvoldoende is onderbouwd en een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank acht daarnaast op grond van artikel 6:96, eerste lid, van het BW toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering:
- materiële schadevergoeding, de post eigen risico 2023 van € 385,-;
- materiële schadevergoeding, de post verlies arbeidsvermogen tot het gevorderde bedrag van € 5.052,24. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze kosten voldoende onderbouwd, gelet op de bij de vordering gevoegde zorgkostenfactuur en arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Verder heeft de benadeelde partij de kosten gevorderd voor de vaststelling van de schade en aansprakelijkheid door [bedrijf 2] en de kosten voor het opvragen van een medische verklaring bij de huisarts. De benadeelde partij heeft deze kosten gevorderd als proceskosten. Naar het oordeel van de rechtbank vallen deze kosten, voor zover het gaat om de kosten voor het opvragen van een medische verklaring bij de huisarts, onder materiële schade. Deze kosten betreffen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, als bedoeld in artikel 6:96, tweede lid, onder b van het BW. Deze kosten zijn voldoende onderbouwd en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank wijst dit deel van de vordering ook toe. Het gaat om:
-materiële schadevergoeding, de post kosten opvragen medische verklaring huisarts van
€ 36,29.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2023 (datum bewezen verklaard feit) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post eigen risico 2023, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2023 (betaaldatum aan zorgverzekering) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post verlies van arbeidsvermogen, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2024 (datum vordering) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post opvragen medische verklaring huisarts, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2023 (datum factuur) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 288,-, conform het liquidatietarief kantonzaken. (ECLI:NL:HR:2017:653)
Verder wordt de verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.
Schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2023 (datum bewezen verklaard feit) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post eigen risico 2023, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2023 (betaaldatum aan zorgverzekering) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post verlies van arbeidsvermogen, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2024 (datum vordering) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post opvragen medische verklaring huisarts, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2023 (datum factuur) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Aangezien aan de verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:
9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 300, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde feit onder parketnummer
01.321209.24niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het ten laste gelegde onder de parketnummers
01.086770.22 primairen
01.020837.23bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
01.086770.22 primair:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;
01.020837.23:
mishandeling.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straffen en de maatregel:
(01.086770.22 primair en 01.020837.23)
 een
taakstrafvoor de duur van
240 urensubsidiair 120 dagen hechtenis;
 een
gevangenisstrafvoor de duur van
210 dagenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht waarvan
180 dagen voorwaardelijken een proeftijd van 2 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarden:
-dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.
Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen twee dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland, locatie Eindhoven, op het adres Polluxstraat 112/088-8041504;
-dat de veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
-dat de veroordeelde meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
-dat de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
-dat de veroordeelde ervoor zorgdraagt dat de reclassering geïnformeerd wordt door Connection SGGZ Verslavingszorg (of vergelijkbaar) over de voortgang van de begeleiding/behandeling. Gedacht wordt aan overlegmomenten met begeleiders/behandelaars, telefonische en schriftelijke informatie uitwisseling. Betrokkene werkt aantoonbaar mee aan de hieruit voortkomende besluiten, adviezen en afspraken.
Indien tijdens het toezicht nodig wordt gevonden, dan werkt de veroordeelde mee aan nader onderzoek gericht op zijn delictgedrag, persoonlijkheid en mogelijke beperkingen in zijn psychosociaal functioneren en/of houding. Hij werkt mee aan de daaruit voortkomende adviezen, ook als dit een behandeling inhoudt door een forensische zorgverlener en/of een gedragstraining, te bepalen door de reclassering. De eventuele behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener dan geeft voor de behandeling en/of de trainer wanneer het een gedragstraining betreft.
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
-meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
-meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
01.020837.23
Legt aan de veroordeelde op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 5] , van een bedrag van € 5.973,53. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 54 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Voormeld bedrag bestaat uit € 5.473,53 materiële schade en € 500,00 immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2023 (datum bewezen verklaard feit) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post eigen risico 2023, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2023 (betaaldatum aan zorgverzekering) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële, post verlies van arbeidsvermogen, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2024 (datum vordering) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post opvragen medische verklaring huisarts, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2023 (datum factuur) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] :
Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 5] , van een bedrag van € 5.973,53, bestaande uit een bedrag van € 5.473,53 materiële schade en een bedrag van € 500,- immateriële schade.
De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 januari 2023 (datum bewezen verklaard feit) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post eigen risico 2023, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2023 (betaaldatum aan zorgverzekering) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële, post verlies van arbeidsvermogen, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2024 (datum vordering) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
De vergoeding van materiële schade, post opvragen medische verklaring huisarts, wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2023 (datum factuur) tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald.
Veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op € 288,-, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige (immateriële schade) niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.
De veroordeelde is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.W.M. Bankers, voorzitter,
mr. E.M. Vermeulen en mr. S.J.H. van de Kant, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,
en is uitgesproken op 23 juni 2026.