Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De vordering van de officier van justitie.
De procedure.
De standpunten
De beoordeling van de vordering.
Toepasselijke wetsartikelen
De rechtbank:
[verdachte]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van
€ 189.000,00 (voluit honderdnegenentachtigduizend euro),ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, door middel van of uit de baten van de feiten ter zake waarvan hij is veroordeeld, heeft verkregen.
de gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
1080 dagen.