Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De bewijsvraag.
aanmerkelijk onvoorzichtig/onoplettend(de laagste schuldgradatie) gekwalificeerd kan worden.
De bewezenverklaring.
door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
feit 1 primairten laste gelegde feit niet bewezen en
spreekt verdachte daarvan vrij;
feit 1 subsidiairten laste gelegde
bewezenzoals hiervoor is omschreven;
geen strafwordt opgelegd.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [moeder slachtoffer] , van een bedrag van
1.090,- euroen bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [moeder slachtoffer] , van een bedrag van
1.090,- euro, bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2026 tot aan de dag der algehele voldoening.