Uitspraak
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
METAAL FLEX NEDERLAND B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] met producties (genummerd 1 t/m 9),
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
2.De feiten
“in verband met het door hem op 1 mei 2023 overkomen ongeval, waarbij cliënt letsel heeft opgelopen”.
De gemachtigde van [eiser] schrijft hierover het volgende:
1 mei 2023 zijn genomen [4] .
3.Het geschil
4.De beoordeling
(in dit geval: [eiser] )), aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de opdrachtgever ( [gedaagde 1] ) aantoont dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.
condicio-sine-qua-non-verband waarvan [eiser] het bewijsrisico draagt.
3 september 2023 nooit ziek gemeld en heeft in die periode gemiddeld 45 uur per week gewerkt. Er was destijds dan ook geen enkele aanleiding om te denken dat [eiser] een arbeidsongeval was overkomen.
“heeft zich een week geleden gestoten aan een metalen pin aan de tafel. Denkt dat hij zijn meniscus gebroken heeft. Gebruikt pijnstillers. Wil MRI scan”.
“de exacte locatie te zien”waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling is door of namens [eiser] aanvullend verklaard dat de situatie op 3 mei 2023, toen de door hem overgelegde foto is genomen, nog identiek was aan de situatie tijdens het arbeidsongeval. Zelfs ‘het blok’ dat is te zien op de foto, lag er op 1 mei 2023 ook, aldus [eiser] .
onder de knie, wat strookt met de conclusie in het toedrachtonderzoek dat de lasklem (indien al aanwezig) hoger heeft gezeten dan de knie van een persoon met een lengte als [eiser] . Dit door de huisarts waargenomen letsel kan - zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt - dus niet als bewijs dienen voor de stelling dat de lasklem (zoals getoond op bovenstaande foto) knieletsel bij [eiser] heeft veroorzaakt.