ECLI:NL:RBOBR:2026:4850

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
25/3679
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.2 Verordening op de heffing en de invordering van leges Vught 2025Art. 2.21 Tarieventabel behorende bij de legesverordening Vught 2025Art. 2.23 Tarieventabel behorende bij de legesverordening Vught 2025Art. 3.5.1 Bestemmingsplan Distelberg – GiersbergsebaanArt. 4:11 Algemene Plaatselijke Verordening 2022
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling legesheffing aanvraag omgevingsvergunning kappen bomen gemeente Vught

Eiser diende op 4 februari 2025 een aanvraag in bij de gemeente Vught voor een omgevingsvergunning om drie bomen te kappen. Het college van burgemeester en wethouders stelde de aanvraag op 7 oktober 2025 buiten behandeling wegens het niet aanleveren van aanvullende gegevens binnen de gestelde termijn. De heffingsambtenaar legde daarop een legesaanslag van €210,88 op, gebaseerd op het in behandeling nemen van de aanvraag en het buiten behandeling stellen.

Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag, stellende dat de leges te vroeg en te hoog waren opgelegd. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 3 juli 2026 was eiser afwezig, maar de rechtbank ging door omdat de uitnodiging correct was verzonden.

De rechtbank oordeelde dat het belastbaar feit voor de legesheffing het in behandeling nemen van de aanvraag is, ongeacht het buiten behandeling stellen. De leges waren dus niet te vroeg geheven. Daarnaast was het juiste tarief toegepast, omdat de aanvraag betrekking had op het kappen van bomen op grond met de bestemming 'Bos', waarvoor een omgevingsvergunning op basis van het bestemmingsplan vereist is. Het lagere tarief voor houtopstanden uit de APV was niet van toepassing.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de legesaanslag in stand blijft en eiser het griffierecht niet terugkrijgt.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de legesheffing niet te vroeg en correct is opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/3679

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Vught, de heffingsambtenaar.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de legesheffing die aan hem is opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Vught (hierna: de heffingsambtenaar) voor het in behandeling nemen van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het kappen van drie bomen. Eiser is het met de legesheffing niet eens. Hij voert aan dat de leges nog niet in rekening gebracht hadden mogen worden en dat de leges te hoog zijn. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de legesheffing.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de aanslag leges niet te vroeg en tot een juist bedrag is opgelegd. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak

Procesverloop

2. Eiser heeft op 4 februari 2025 bij de gemeente Vught een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het kappen van drie bomen op het perceel [adres] in [plaats].
2.1.
Op 18 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) aanvullende gegevens gevraagd en eiser onder andere verzocht de aanvraag te onderbouwen met een Nader Technisch Onderzoek (NTI-rapport) uitgevoerd door een European Tree Technitian.
2.2.
Met het besluit van 7 oktober 2025 heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat er binnen de gestelde termijn geen aanvullende gegevens zijn ontvangen. In het besluit staat dat eiser leges is verschuldigd voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. De leges zijn als volgt gespecificeerd:
‘Overige aanlegactiviteiten binnenplanse omgevingsplanactiviteiten’ (art. 2.21): € 421,75
‘Het buiten behandeling stellen van een aanvraag’ (art. 2.48): - 50%
Totaal: € 210,88
2.3.
Vervolgens heeft de heffingsambtenaar aan eiser een aanslag leges van € 210,88 opgelegd (notanummer: 535372). De dagtekening van de aanslag is 29 oktober 2025. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt.
2.4.
Met de uitspraak op bezwaar van 27 november 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en hij heeft daarbij de aanslag leges gehandhaafd (het bestreden besluit).
2.5.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
2.6.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.7.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de heffingsambtenaar en zijn collega [naam] deelgenomen. Eiser is niet naar de zitting gekomen. Hij heeft zich ook niet afgemeld voor de zitting. Eiser procedeert digitaal. De griffier van de rechtbank heeft de uitnodiging voor de zitting op 8 juni 2026 om 8.18 uur in het digitale dossier van eiser geplaatst en eiser heeft vervolgens toegang gekregen tot de uitnodiging. Hiervan is een notificatiebericht (e-mail) gestuurd naar het e-mailadres dat eiser voor dit doel heeft opgegeven. De uitnodiging voor de zitting is dus op tijd en op de juiste manier aan eiser verstuurd en de rechtbank heeft de zitting daarom laten doorgaan.

Beoordeling door de rechtbank

Zijn de leges te vroeg in rekening gebracht?
3. Eiser stelt dat de leges nog niet in rekening mochten worden gebracht, omdat het college de aanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Eiser heeft daar ook bezwaar tegen gemaakt.
3.1.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt. Het belastbaar feit voor de heffing van leges is volgens de Verordening op de heffing en de invordering van leges Vught 2025 (de Verordening) het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. [1] Op grond van artikel 2.2., aanhef en onder b, van de Tarieventabel behorende bij de legesverordening Vught 2025 (de Tarieventabel) worden leges geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit. Het staat vast dat eiser zo’n aanvraag heeft ingediend en dat het college die aanvraag in behandeling heeft genomen. Dat betekent dat de heffingsambtenaar de leges mocht heffen en dat hij daarmee niet hoefde te wachten totdat onherroepelijk op de aanvraag is beslist. De leges zijn dus niet te vroeg in rekening gebracht.
Zijn de leges te hoog?
4. Eiser stelt dat de legesberekening niet juist is. Volgens eiser had de hoogte van de leges berekend moeten worden volgens artikel 2.23 van de Tarieventabel ‘Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden’. Eiser wijst erop dat de leges dan voor maximaal 5 bomen of een houtopstand € 137,20 bedragen.
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar het juiste tarief heeft toegepast bij de berekening van de leges. Eiser heeft namelijk een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen die volgens het bestemmingsplan op gronden staan met de bestemming ‘Bos’. [2] Op basis van het bestemmingsplan is het verboden op gronden met deze bestemming bomen te vellen of te rooien en houtopstanden te verwijderen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden. [3] Om deze reden heeft eiser een omgevingsvergunning nodig voor de werkzaamheden die hij wil uitvoeren. Eiser gaat er ten onrechte vanuit dat voor de vaststelling van de leges artikel 2.23 van de Tarieventabel van toepassing is. In dat artikel gaat het om een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 4:11 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (de APV). In de situatie van eiser is daar echter geen sprake van. Het in dat artikel gegeven verbod om zonder vergunning houtopstanden te doen of laten vellen, geldt namelijk niet als het gaat om houtopstand waarvoor een vergunning noodzakelijk is op basis van het bestemmingsplan. [4] Dat leidt ertoe dat de heffingsambtenaar de leges op juiste gronden heeft vastgesteld op basis van artikel 2.21 van de Tarieventabel. Dat betekent ook dat de aanslag niet te hoog is vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de legesnota in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van N. Verhoeven, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Als u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘sHertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘sHertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ‘sHertogenbosch.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Gemeentewet
Artikel 229
1. Rechten kunnen worden geheven ter zake van:
a. (…)
b. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
(…)
Verordening op de heffing en de invordering van leges Vught 2025
Artikel 2 Belastbaar Pro feit
Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:
het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
(…);
Een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Tarieventabel behorende bij de legesverordening Vught 2025
Artikel 2.2.
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
(…)
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;
(…)
Artikel 2.21
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
Voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit € 421,75
Artikel 2.23
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:11 van Pro de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
a. Voor maximaal 5 bomen of een houtopstand € 137,20
(…)
Bestemmingsplan Distelberg – Giersbergsebaan
Artikel 3.5.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Bos’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren.
(…)
f. het vellen of rooien van bomen en/of het verwijderen van de houtopstanden.
Omgevingswet
Artikel 5.1.
2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
a. een omgevingsplanactiviteit,
(…)
Tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval.
Artikel 22.8.
Voor zover op grond van een bepaling in een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist voor een geval waarin regels over de fysieke leefomgeving op grond van artikel 2.7, eerste lid, alleen in het omgevingsplan mogen worden opgenomen, geldt een zodanige bepaling als een verbod om zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a.
Omgevingsbesluit
Artikel 2.1a
Tot het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in artikel 22.4 van de wet, worden voor de toepassing van artikel 22.8 van de wet:
regels in een gemeentelijke verordening die vallen onder artikel 2.1, eerste lid, alleen als regels als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de wet aangemerkt voor zover het gaat om regels over een activiteit als bedoeld in artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die tot de inwerkingtreding van dit besluit gold; en
regels in een gemeentelijke verordening die niet vallen onder artikel 2.1, eerste lid, ook als regels als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de wet aangemerkt voor zover het gaat om regels over een activiteit als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die tot de inwerkingtreding van dit besluit gold.
Algemene Plaatselijke Verordening 2022
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning Pro voor het vellen van houtopstanden
1. Het is verboden zonder vergunning houtopstanden te doen vellen of te laten vellen, indien de houtopstand:
a. Is aangemerkt als waardevol of monumentaal op de Groene Kaart Vught;
b. Een stamdiameter heeft van minimaal 30 cm, gemeten op 1.30m boven maaiveld in een ‘vlak of laan opgenomen in de waardevolle bomenlijst’ op de Groene Kaart Vught;
c. Een stamdiameter heeft van minimaal 30 cm, gemeten op 1.30m boven maaiveld in een ‘vlak opgenomen in de monumentale bomenlijst’ op de Groene Kaart Vught;
d. Een stamdiameter heeft van minimaal 30 cm, gemeten op 1.30m boven maaiveld als gemeentelijk eigendom aangemerkt op de Groene Kaart;
2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
(…)
j. houtopstand waarvoor een vergunning noodzakelijk is op basis van het bestemmingsplan.
(…)

Voetnoten

1.Artikel 2, aanhef en onder a, van de Verordening.
2.Bestemmingsplan Buurtschap Distelberg – Giersbergsebaan (het bestemmingsplan).
3.Artikel 3.5.1, aanhef en onder f, van het bestemmingsplan.
4.Artikel 4:11, tweede lid, van de APV.