Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
Verdachte heeft [slachtoffer] met goede intenties, en dus niet met het oogmerk tot uitbuiting, opgevangen en gehuisvest toen zij rond haar 18e dakloos dreigde te raken. [slachtoffer] heeft vervolgens werkzaamheden verricht op [bedrijf 1] , maar zich daarbij nooit in een uitbuitingssituatie bevonden. Uit de verklaringen van [slachtoffer] blijkt dat zij bewust en vrijwillig bij verdachte is komen wonen. [slachtoffer] heeft haar liefde voor het werken met paarden en het buitenzijn benadrukt, en ze hechtte waarde aan het zelf kunnen indelen van haar tijd bij [bedrijf 1] . Zij heeft in al haar verklaringen aangegeven goed te zitten op [bedrijf 1] , dit ondanks de eventuele voorvallen die zouden hebben plaatsgevonden. In haar laatste verklaring geeft zij daarbij zelfs aan dat zij niet eerder weg is gegaan omdat [bedrijf 1] een veilige haven was voor haar. Zij vond het daar goed genoeg, zo zegt ze. Haar verklaringen laten dan ook zien dat er in ieder geval geen sprake was van een situatie waarin zij feitelijk geen andere keuze had dan op [bedrijf 1] te blijven werken en daar te wonen.
Bewijsmiddelen 82-017856-23 en 82-323236-23 feit 1 (mensenhandel en dwang).
Bewijsoverwegingen 82-017856-23 (mensenhandel).
- mensenhandel in het algemeen: handelingen die worden ondernomen ter verwezenlijking van het einddoel: uitbuiting (waaronder de gedragingen in sub 1),
- aan mensenhandel gerelateerde vormen van uitbuiting (waaronder de gedragingen in sub 4) en
- het trekken van profijt uit uitbuiting (daaronder begrepen de gedraging in sub 6).
medewordt begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.
Partiële vrijspraken 82-017856-23.
De dwangmiddelen
Lid 1 sub 1
Lid 1 sub 4
Lid 1 sub 6
Conclusie ten aanzien van mensenhandel
Bewijsoverweging 82-323236-23 feit 1 (dwang).
De bewezenverklaring.
een ander, te weten [slachtoffer] door dreiging met geweld en andere feitelijkheden en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie
heeft gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer]
en
heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid
en
opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer] ,
- woongelegenheid verschaft in een caravan op het erf van [bedrijf 1] van [verdachte] (=huisvesten), en
- onderdeel laten zijn van (dagelijkse gang van zaken) op [bedrijf 1] (=opnemen) en
- een groot aantal uren per dag, gedurende 7 dagen per week werkzaamheden laten verrichten op [bedrijf 1] en
- voor die werkzaamheden geen (geregistreerd) dienstverband geboden en
- geen loon betaald en geen vakantie gegeven, en
- door laten werken tijdens ziekte en
- terwijl de pony van die [slachtoffer] zich op [bedrijf 1] van verdachte bevond en
- terwijl die [slachtoffer] niet beschikte over een eigen computer en een eigen telefoon en
- terwijl die [slachtoffer] zich in een sociaal isolement bevond omdat zij geen contact meer heeft met haar familie en over een beperkte vriendengroep beschikt,
door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden.
zij in de periode van 1 november 2011 tot en met 27 juni 2023 te Kamerik, , een ander, te weten [slachtoffer]
- een groot aantal uren per dag, gedurende 7 dagen per week (werkzaamheden te verrichten op [bedrijf 1] , terwijl voor die werkzaamheden geen (geregistreerd) dienstverband is geboden en geen loon is betaald, en
- geen vakantie, gegeven en
- door te werken tijdens ziekte, en
- misbruik heeft gemaakt van de kwetsbaarheid van die [slachtoffer] (omdat zij wist dat die [slachtoffer] kwetsbaar en gemakkelijk te beïnvloeden was) en
- zich in de omgang met die [slachtoffer] schreeuwend en agressief en boos en intimiderend heeft opgesteld en
- die [slachtoffer] heeft geslagen en geschopt en aan haar haren getrokken, en
- die [slachtoffer] dreigde eruit te zetten en te laten vertrekken als zij de werkzaamheden niet deed en
- door vaak boos te reageren als die [slachtoffer] iets niet naar wens van verdachte deed of iets was vergeten wat die [slachtoffer] van haar moest doen en door te schreeuwen en door te slaan en door te schoppen en door aan [slachtoffer] haar te trekken een sfeer heeft gecreëerd van agressie en angst.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
Beslag.
De voorlopige hechtenis.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
- spreekt verdachte vrij van het onder 82-323236-23 feit 2 tenlastegelegde;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;
mensenhandel
en
- verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
- legt op de volgende straf: een gevangenisstraf met aftrek voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van 201.523,71 euro, bestaande uit 196.523,71 euro materiële schade en 5.000,00 euro immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van 201.523,71 euro. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 365 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit 196.523,71 euro materiële schade en 5.000,00 euro immateriële schade. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- verdachte is van haar schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover zij heeft voldaan aan een van de haar opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
- beveelt teruggave van de inbeslaggenomen contante geldbedragen vermeld op de beslaglijst van 21 oktober 2025 (voorwerpen 8 t/m 22) aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon: [slachtoffer] ;
- beveelt teruggave van een inbeslaggenomen contante geldbedrag vermeld op de beslaglijst van 21 oktober 2025 (voorwerp 23) ten bedrage van € 59.900,- aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon: verdachte.