ECLI:NL:RBOBR:2026:5189
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bouwstop gehandhaafd voor werkzaamheden aan gemeentelijk monument in Helmond
Eiser voerde werkzaamheden uit aan een gemeentelijk monumentaal pand in Helmond, waarvoor het college een bouwstop oplegde wegens overtreding van de omgevingsvergunning en de Erfgoedverordening Helmond 2011. De bouwstop werd opgelegd na constatering van afwijkingen bij een controle in augustus 2024 en gehandhaafd bij besluit in december 2024.
Eiser stelde dat de aanbouw geen monumentaal onderdeel was en dat de werkzaamheden vergunningvrij waren. De rechtbank oordeelde dat de aanbouw zowel bouwkundig als functioneel deel uitmaakt van het monument en dat de werkzaamheden daarom vergunningplichtig zijn. De afwijkingen betroffen onder meer gootdetails, dakbedekking en het niet aanbrengen van dakramen.
Verder stelde eiser dat het handhavend optreden niet evenredig was en dat de bouwstop waterschade veroorzaakte. De rechtbank verwierp dit, omdat een bouwstop een ordemaatregel is waarbij slechts een beperkte belangenafweging nodig is en het college niet verplicht is voorafgaand overleg te voeren. De waterschade was bovendien pas na het bestreden besluit geconstateerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de bouwstop en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de bouwstop voor werkzaamheden aan het gemeentelijk monument en verklaart het beroep ongegrond.