ECLI:NL:RVS:2019:1732
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwstop wegens overtreding vergunningplichtige bouwwerk zonder omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 10 maart 2017 een bouwstop opgelegd aan appellant vanwege het bouwen van een bouwwerk zonder de vereiste omgevingsvergunning. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze bouwstop ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het bouwwerk omgevingsvergunningvrij was omdat de hoogte pas na afronding van de werkzaamheden gemeten kon worden, maar dit werd door de Raad van State verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bouwwerk op 10 maart 2017 een hoogte had van 7,57 meter, terwijl vergunningvrij bouwen slechts tot 5 meter is toegestaan. De stelling dat het terrein geaccidenteerd is en dat de hoogte pas na afronding gemeten mag worden, faalde omdat het een nieuw bouwwerk betreft en het aansluitend afgewerkt terrein niet aanwezig was, maar ook niet te verwachten was dat het terrein nog opgehoogd zou worden.
Verder werd het argument dat er sprake zou zijn van concreet zicht op legalisering na ophoging van het perceel verworpen, omdat het niet onderzocht hoeft te worden of legalisering mogelijk is bij het opleggen van een bouwstop. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen concrete toezeggingen door bevoegde personen waren gedaan en uitlatingen van een gemeentemedewerker aan het frontoffice niet aan het college konden worden toegerekend.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het college bevoegd was de bouwstop op te leggen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bouwstop wegens het realiseren van een vergunningplichtig bouwwerk zonder omgevingsvergunning.