5.3Het wel of niet verlenen van een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen is een discretionaire bevoegdheid van het college. Het college heeft hierbij beleidsruimte. Het gebruiken van die bevoegdheid wordt door de rechtbank terughoudend getoetst. Dat betekent dat de voorzieningen naar voorlopig oordeel zal beoordelen of het college, na afweging van de betrokken belangen, in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de omgevingsvergunning te verlenen.
6. Verzoekers voeren aan dat er geen onderzoek is gedaan naar de exacte ligging van de erfgrens, de juridische status van de brandgang en de positie van bomen die mogelijk op of tegen de erfgrens staan. Het college gaat er volgens verzoekers ten onrechte vanuit dat het hekwerk dat de brandgang scheidt van de projectlocatie eigendom is van de gemeente omdat uit de aktes van levering blijkt dat het hekwerk van de bewoners van Kampdijklaan is. Verder voeren verzoekers aan dat noodzaak van de kap van de 47 bomen niet is onderbouwd en dat de bomen een belangrijke rol spelen in de biodiversiteit, geluidsdemping en privacy van de aangrenzende percelen. Er is volgens verzoekers ook onvoldoende onderzocht of de bomen in het toekomstige plan kunnen blijven staan. Verzoekers willen onderzoek of de bomen met nummers 1 tot en met 35, 54 tot en met 60 en 62 tot en met 68 kunnen worden behouden omdat deze bomen pal naast de grensscheiding staan of op de plek van parkeerplaatsen waar deze bomen mogelijk in kunnen worden geïntegreerd.
7. Het college verwijst naar de motivering van het bestreden besluit waarin op de ingebrachte zienswijze is ingegaan en die gelijk zijn aan de gronden van het verzoek om voorlopige voorziening. Het college stelt verder dat het besluit van 15 oktober 2025 mede is gebaseerd uit onderzoek dat door Cobra groeninzicht is verricht. Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van state mag het college, nadat is nagegaan of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering begrijpelijk is en de conclusies daarop aansluiten, van dat advies uitgaan en behoeft het overnemen daarvan in beginsel geen nadere toelichting. Ter zitting heeft het college nog aangevoerd dat niet alle 217 bomen in het plangebied worden gekapt, maar ruim 100 waarvan er 47 vergunningplichtig zijn en dat de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen zal worden aangevraagd in overeenstemming met het definitieve plan.
8. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat het college van een gegeven advies mag uitgaan nadat is nagegaan of dit advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van het advies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders als er in de procedure een tegenadvies van een andere deskundige wordt ingebracht of wanneer concrete aanknopingspunten worden aangevoerd waardoor twijfel ontstaat aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht.
9. De voorzieningenrechter kan het standpunt van het college dat het rapport van Cobra groeninzicht aan de voorwaarden voldoet volgen. Dat verzoekers daar vraagtekens bij zetten, is onvoldoende. Zij hebben ook geen tegenadvies van een andere deskundige overgelegd. Het college mocht dus afgaan op het advies van Cobra groeninzicht.
10. Verzoekers voeren verder aan dat er sprake is van een privaatrechtelijke belemmering die aan vergunningverlening in de weg staat omdat diverse bomen zijn vergroeid met het hek en er geen toestemming is om de brandgang te betreden of het hek te beschadigen.
11. Het college stelt zich op het standpunt dat een privaatrechtelijke belemmering slechts dan aan vergunningverlening in de weg staat indien die evident is. Dat betekent dat er zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat voor de realisatie van de kap toestemming van een ander vereist is die deze niet geeft en niet hoeft te geven. Er grenzen volgens het college weliswaar enkele bomen aan het hek, maar de te kappen bomen staan volledig op grond die eigendom is van de gemeente Vught. Van een privaatrechtelijke belemmering volgens het college dus geen sprake.
12. De voorzieningenrechter overweegt dat Uit vaste rechtspraakvolgt dat niet snel sprake is van een privaatrechtelijke belemmering die in de weg staat aan de verlening van een omgevingsvergunning. Dat is alleen aan de orde als deze belemmering een evident karakter heeft. Met ‘evident karakter’ wordt bedoeld dat er geen ruimte is voor twijfel aan het bestaan van de belemmering: de belemmering moet overduidelijk zijn. De burgerlijke rechter is namelijk de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een bouwplan. Dit is alleen anders als zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat realisering van de kap leidt tot een strijd met (zakelijke) rechten en ook vaststaat dat die privaatrechtelijke belemmering niet (door een wijziging) zal kunnen worden opgeheven. Daarvan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake omdat de bomen op grond van de gemeente Vught staan.
13. Verzoekers voeren tenslotte aan dat hun belangen onvoldoende of niet kenbaar zijn afgewogen.
14. Het college stelt hieromtrent dat de kap is ingegeven door de realisatie van 26 sociale huurwoning en 24 betaalbare koopwoningen op de projectlocatie. Deze ontwikkeling is gelet op de woningmarkt in Vught van groot maatschappelijk belang. Het college stelt dat hij mocht uitgaan van het advies van Cobra groeninzicht waarin alternatieven zijn onderzocht die niet uitvoerbaar bleken. Bij de vaststelling van het inmiddels onherroepelijk omgevingsplan Stadhouderspark was reeds te voorzien dat er in het gebied bomen zouden worden gekapt. Vanwege de realisatie van woningen op grond van het onherroepelijke plan kan een groot aantal bomen niet worden behouden. Er is op grond van het bovenstaande een belangenafweging gemaakt waarbij, er rekening houdend met het plan, 16 bomen moet worden herplant. Bij de beoordeling van de aanvraag voor de omgevingsvergunning is op grond van de APV ook getoetst aan criteria van de notitie waardevolle bomenlijst. Uit die beoordeling blijkt dat de bomen niet waardevol zijn en met een vergunning mogen worden gekapt. Het college stelt dat het daarom gelet op het zwaarwegende maatschappelijk belang van woningbouw in redelijkheid zwaarder laten wegen dan het belang van de bomen die geen van alle de status waardevol hebben. Ter zitting heeft het college nog aangevoerd dat bij waardevolle bomen een herplantplicht wordt opgelegd en dat, ondanks dat te kappen bomen niet waardevol zijn, er tocht voor 16 bomen een herplantplicht is opgelegd.
15. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het bestreden besluit, het verweerschrift en het verhandelde ter zitting voldoende dat de belangen voor het behoud van de houtopstand zijn betrokken bij de besluitvorming. Het college heeft toegelicht dat hij bekend is met de wensen van verzoekers bij behoud van de houtopstand maar dat er redenen, waaronder het belang van woningbouw, en de belangen van de kopers van de te realiseren woningen, zijn waardoor het belang bij verwijdering toch zwaarder weegt dat het belang bij behoud. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college een inzichtelijke en deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt en daaruit heeft mogen concluderen dat aan de belangen van verzoekers geen zodanig zwaarwegend gewicht moeten worden toegekend dat die moeten prevaleren boven de belangen van gemeente Vught bij het kappen van de bomen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter betrokken dat de gemeente op grond van de koopovereenkomst gehouden is bouwrijpe grond te leveren en dus zonder de bomen die in verband met bouwplan moeten wijken. Dat verzoekers in overleg zijn met de projectontwikkelaar over mogelijk behoud van bomen maakt dat niet anders.