ECLI:NL:RVS:2021:481
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing omgevingsvergunning en handhaving uitweg en bouwwerken in beschermd dorpsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Soest heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verplaatsen van een in- en uitrit op een perceel met een rijksmonument afgewezen. Tevens is handhavend opgetreden tegen diverse bouwwerken en de uitweg op het perceel. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
Appellant stelde onder meer dat geen vergunning nodig was voor de uitweg en dat het college nieuw beleid toepaste, wat hem benadeelde. De Raad van State oordeelde dat het maken van een uitweg vergunningplichtig is op grond van de APV en dat het college terecht het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft gevolgd om de vergunning te weigeren in het belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving.
Verder werd het handhavend optreden bevestigd omdat de bouwwerken en uitweg zonder vergunning waren gerealiseerd. De Raad van State verwierp ook het betoog dat het college niet volledig had beslist over de aanvraag en dat het gewijzigde standpunt in bezwaar in strijd was met de beginselen van behoorlijk bestuur.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de omgevingsvergunning en handhaving bevestigd.