ECLI:NL:RBOBR:2026:722
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd na langdurige arbeidsongeschiktheid, maar het UWV wees deze af omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld en dat hij recht heeft op een uitkering.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van de verzekeringsarts en het arbeidsdeskundig onderzoek van het UWV. De verzekeringsarts had beperkingen vastgesteld die logisch en goed gemotiveerd waren, en de arbeidsdeskundige had op basis daarvan passende functies geselecteerd. De rechtbank vond geen aanleiding om de beoordeling van het UWV in twijfel te trekken, ook niet na het bestuderen van aanvullende medische informatie van eiser.
Eiser verzocht om benoeming van een onafhankelijke MDL-arts, maar de rechtbank wees dit af omdat er geen twijfel bestond over de deskundige beoordeling. De rechtbank concludeerde dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid op 29,85% is vastgesteld, onder de vereiste 35%. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.