ECLI:NL:RBOBR:2026:762

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
11722243 CV EXPL 25-3926
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:58 lid 2 onder e BWArt. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 3 BWArt. 6:230v lid 7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging betalingsverplichting wegens schending consumenteninformatie bij koop op afstand

In deze zaak vordert ALEKTUM CAPITAL II AG betaling van een consument na overdracht van een vordering voortvloeiend uit een koop op afstand met uitgestelde betaling. De rechtbank toetst ambtshalve of de kredietovereenkomst onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW valt en concludeert dat de rente en incassokosten geen deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, waardoor het geen consumentenkrediet betreft.

Vervolgens beoordeelt de rechtbank de naleving van de consumentenbeschermende informatieverplichtingen uit de artikelen 6:230m en 6:230v BW. De handelaar heeft niet aangetoond dat essentiële informatie over de wijze van betaling, het ontbindingsrecht, identiteit en contactgegevens van de handelaar, en leveringsvoorwaarden op een duurzame gegevensdrager zijn verstrekt. Deze schendingen leiden tot een sanctie volgens de sanctierichtlijn, waarbij de betalingsverplichting van de consument met 20% wordt verminderd.

De rechtbank veroordeelt de consument tot betaling van een verminderd bedrag van €115,96, inclusief buitengerechtelijke incassokosten, en wijst de wettelijke rente toe over het toewijsbare bedrag vanaf de dagvaarding. De proceskosten worden aan de consument opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De betalingsverplichting van de consument wordt met 20% verminderd wegens schending van essentiële informatieverplichtingen; de consument is veroordeeld tot betaling van €115,96 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11722243 \ CV EXPL 25-3926
Vonnis van 12 februari 2026
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
gevestigd te Zug, Zwitserland,
eisende partij,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De verdere procedure

Op 11 september 2025 heeft de kantonrechter een tussenvonnis (hierna verder: het tussenvonnis) gewezen. Voor het verloop van de procedure wordt naar het tussenvonnis verwezen.
Bij akte van 6 november 2025 heeft eisende partij haar vordering nader toegelicht.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing van de kredietovereenkomst
In het tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld te onderbouwen of het in deze procedure gesloten krediet al dan niet onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder Pro e van het Burgerlijk Wetboek (BW) valt, en zich in het bijzonder uit te laten over het verdienmodel van de kredietverstrekker.
Eisende partij heeft aan de hand van omzetcijfers en onder verwijzing naar de Buy Now, Pay later-Gedragscode van 15 januari 2025 van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toegelicht dat het verdienmodel van de kredietverstrekker is gebaseerd op de ontvangen vergoeding van verkopers die de mogelijkheid om uitgesteld te betalen aanbieden aan consumenten en advertentie-inkomsten, en niet op de verwachting dat consumenten hun verplichtingen niet nakomen en de daaraan verbonden rente en kosten van niet-nakoming. Eisende partij heeft verder inzichtelijk gemaakt dat consumenten eerst in de gelegenheid worden gesteld om hun betalingsverplichting zonder rente en kosten na te komen en dat er pas bij het niet-nakomen daarvan gaandeweg het incassotraject stapsgewijs (beperkt) buitengerechtelijke incassokosten in rekening worden gebracht. Als de consument de vordering niet betaalt, wordt de vordering op een gegeven moment gecedeerd aan een extern incassobureau zoals eisende partij. Pas dan wordt door dit externe incassobedrijf aanspraak gemaakt op de volledige buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. De kredietverstrekker ontvangt deze kosten niet, tenzij de consument binnen 30 dagen na cessie van de vordering alsnog betaalt. Volgens eisende partij zijn de incassowerkzaamheden van de kredietverstrekker niet kostendekkend.
Naar oordeel van de kantonrechter heeft eisende partij voldoende onderbouwd dat de bedongen rente en buitengerechtelijke incassokosten geen deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker. Om die reden kan eisende partij een geslaagd beroep doen op de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW en moet dus worden geoordeeld dat het in deze procedure gesloten krediet géén consumentenkredietovereenkomst is als bedoeld in titel 2A van boek 7 BW. Aan de consumentenbeschermende bepalingen van die titel hoeft dus niet te worden getoetst.
Ambtshalve toetsing van de koopovereenkomst
Het krediet vond zijn oorsprong in een consumentenkoopovereenkomst gesloten op afstand tussen gedaagde partij en de handelaar, die zijn vordering op gedaagde partij heeft overgedragen aan eisende partij. De handelaar moet in dit geval voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikelen 6:230m en 6:230v BW.
In deze procedure moet eisende partij gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan de essentiële informatieplichten is voldaan. De kantonrechter moet vervolgens ambtshalve onderzoeken of aan de plichten is voldaan, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n informatieplicht moet de rechter een sanctie toepassen (zie het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677).
De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor de schending van de essentiële informatieverplichtingen een sanctierichtlijn opgesteld (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl). Deze sanctierichtlijn houdt samengevat in dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met een bepaald percentage afhankelijk van het aantal voldoende ernstige schendingen. Bij de precontractuele informatieverplichtingen geldt dat meerdere voldoende ernstige schendingen van de essentiële informatieverplichtingen die onder dezelfde letter van artikel 6:230m lid 1 BW vallen samen worden geteld als één schending. Eventuele schendingen van de verplichting om de informatie te bevestigen op een duurzame gegevensdrager worden gerekend als één schending.
De bestelknop; de informatieverplichting van artikel 6:230v lid 3 BW
Volgens artikel 6:230v lid 3 BW moet de handelaar het elektronische bestelproces zo inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Als gebruik wordt gemaakt van een bestelknop of een soortgelijke functie, moet deze een ondubbelzinnige formulering bevatten die goed leesbaar is en waaruit blijkt dat het plaatsen van een bestelling een betalingsverplichting ten opzichte van de handelaar inhoudt.
Overige essentiële (pre)contractuele informatieplichten; artikel 6:230m lid 1 BW
Volgens artikel 6:230m lid 1 BW moet de handelaar de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze informeren over (in dit geval): de kenmerken van het product (sub a), de identiteit van de handelaar (sub b), de contactinformatie van de handelaar (sub c), de prijs van het product (sub e), de wijze van betaling en levering inclusief de leveringstermijn (sub g) en het recht van ontbinding van de overeenkomst (sub h). Voor zover van toepassing, moet de handelaar de consument ook informeren over de duur van de overeenkomst en de voorwaarde van opzegging (sub o) en de minimumduur waarbinnen de consument niet kan opzeggen (sub p). De handelaar moet deze informatie vervolgens bevestigen op een duurzame gegevensdrager. Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief.
Hierna zal worden beoordeeld of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Alleen als er sprake is van een voldoende ernstige schending van een informatieverplichting, zal die informatieverplichting hierna worden besproken.
Het verstrekken van informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst
de wijze van betaling
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g BW moet de wijze van betaling worden getoond. Het gaat daarbij om de wijze waarop de consument mag betalen en de termijn(en) waarbinnen moet worden betaald. Als de betaling loopt via een derde partij (niet zijnde een bank) dan moet dit ook worden vermeld. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.
het ontbindingsrecht
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h BW moet de consument erop worden gewezen dat de consument het recht heeft om de overeenkomst binnen veertien dagen te ontbinden. Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst is voldoende dat de consument erop wordt gewezen dat hij dit recht heeft. Niet voldoende is dat deze informatie ergens op de website staat (bijvoorbeeld onder het kopje ‘veelgestelde vragen’). In dat geval is de consument niet op een voldoende duidelijke wijze gewezen op de informatie. De consument moet tijdens het bestelproces op dit recht worden gewezen, zonder dat hij zelf naar de informatie op zoek moet. Eisende partij heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder h BW is geschonden.
De bevestiging van de informatie op een duurzame gegevensdrager
de identiteit van de handelaar
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder b in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet de identiteit van de handelaar aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Uit de bevestiging moet voldoende duidelijk blijken wie de handelaar is. Een handelsnaam is voldoende duidelijk als daarmee via het register van de Kamer van Koophandel kan worden opgezocht welke (rechts)persoon daar achter zit. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder b BW is geschonden.
de contactgegevens van de handelaar
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder c in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet contactinformatie van de handelaar aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. In de bevestiging of de schriftelijke overeenkomst moet ten minste een e-mailadres, een telefoonnummer of het adres van een vestiging worden vermeld. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder c BW is geschonden.
de wijze van levering inclusief de leveringstermijn
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet de wijze van levering en de verwachte levertermijn aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Aan deze verplichting kan ook worden voldaan door het sturen van een track-and-trace-code of een hyperlink. Eisende partij heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.
het ontbindingsrecht
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet het recht van de consument om de overeenkomst binnen 14 dagen te ontbinden worden bevestigd op een duurzame gegevensdrager. Uit de tekst moet duidelijk blijken dat de consument het recht heeft te ontbinden, binnen welke termijn de consument mag ontbinden en op welke wijze de consument van het recht gebruik kan maken. Daarnaast moet het modelformulier worden bijgevoegd, eventueel in de vorm van een hyperlink die direct naar het formulier verwijst. Eisende partij heeft niet aangetoond dat deze informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument is verstrekt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder h BW is geschonden.
Conclusie essentiële informatieverplichtingen
De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) van informatieverplichtingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%. Er is in dit geval namelijk sprake van minder dan vier voldoende ernstige schendingen.
Dat betekent dat gedaagde partij in totaal een bedrag van € 95,96 aan eisende partij verschuldigd is (80% van € 119,95). De betaling van € 20,00 strekt in mindering op de hoofdsom, zodat € 75,96 aan hoofdsom toewijsbaar is.
Eisende partij heeft recht op buitengerechtelijke kosten op basis van de toewijsbare hoofdsom. Daarom is € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten toewijsbaar.
De gevorderde wettelijke rente zal worden afgewezen, omdat eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
De vordering wordt met inachtneming van het bovenstaande toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Proceskosten
Gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De nakosten worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan eisende partij van het bedrag van € 115,96, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 75,96 vanaf 6 mei 2025 tot de dag van betaling;
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten, aan de kant van eisende partij tot vandaag begroot op:
  • € 120,78 wegens dagvaardingskosten;
  • € 135,00 wegens griffierecht;
  • € 43,00 wegens salaris gemachtigde (niet met btw belast);
  • € 21,50 wegens nakosten, te vermeerderen met de eventuele explootkosten van de betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis waar het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.A. Donkersloot, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.