Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Dienst Toeslagen, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
te bepalen dat verweerder aan eiseres(sic)
dient te betalen de volledig verschuldigde dwangsom”. De rechtbank beschouwt dit als een verzoek om de hoogte van de bestuurlijke dwangsom vast te stellen. Verweerder heeft de hoogte van de bestuurlijke dwangsom niet vastgesteld. De rechtbank doet dit op grond van artikel 8:55c van de Awb nu alsnog. De dwangsom is in dit geval volledig verschuldigd en bedraagt € 1.442,-.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen 60 weken na 20 augustus 2025 alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
- stelt de door verweerder te betalen bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442,-;
- wijst het verzoek om een schadevergoeding af;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 140,10 aan proceskosten aan eiser.