ECLI:NL:RBOBR:2026:934
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks onjuiste straatnaam
Eiser kreeg op 9 april 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn voertuig op 5 april 2025 geparkeerd stond zonder voldoende parkeergeld te betalen. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de bestreden uitspraak die de aanslag handhaafde.
De rechtbank oordeelt dat eiser als feitelijk parkeerder gerechtigd was bezwaar en beroep te maken. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, mede omdat het voertuig geparkeerd stond op een parkeerplaats in een zijstraat zonder eigen naam, waarvoor de grootste aangrenzende straatnaam is gebruikt.
Eiser voerde aan dat de locatieomschrijving onjuist was en dat het bord met parkeerverplichting door begroeiing niet goed zichtbaar was. De rechtbank stelt vast dat de locatieomschrijving voldoende duidelijk was en dat eiser meerdere borden en parkeerautomaten is gepasseerd, waardoor hij op de hoogte had moeten zijn van de parkeerverplichting. De foto van het bord was bovendien genomen vanuit een gunstige hoek en de zoneborden langs toegangswegen maakten de verplichting duidelijk.
De rechtbank wijst erop dat eiser pas laat in de procedure het argument van onduidelijkheid aanvoerde, wat de geloofwaardigheid vermindert. De naheffingsaanslag wordt daarom bevestigd en het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.