Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De tenlastelegging.
2.De formele voorvragen.
3.De bewijsbeslissing.
- het binnentreden op 9 juli 2024 als onrechtmatig moet worden aangemerkt. De hieruit voortgekomen bewijsmiddelen dienen van het bewijs uit te worden gesloten;
- het voorwaardelijk opzet van verdachte ontbreekt ten aanzien van het op 9 juli 2024 voorhanden hebben van de aangetroffen sigaretten;
- de doorzoeking van de auto van verdachte op 11 september 2024 als onrechtmatig moet worden aangemerkt. De hieruit voortgekomen bewijsmiddelen dienen van het bewijs uit te worden gesloten;
- onvoldoende is onderzocht dat de aangetroffen sigaretten daadwerkelijk tabak bevatten en dus tabaksproducten zijn zoals bedoeld in de wet op de Accijns.
Vaststelling van de relevante feiten en omstandigheden.
Het juridische toetsingskader.
betrokkenis en is:
- het niet relevant als verdachte niet de feitelijke beschikkingsmacht over de onveraccijnsde accijnsgoederen heeft, en
- het al dan niet aanwezig zijn van wetenschap van de hoedanigheid van de goederen en de wetenschap van de omstandigheid dat de goederen niet overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het Unierecht en de bepalingen van de Wet op de accijns in Nederland of elders in de Unie in de heffing zijn betrokken, bij de beoordeling of sprake is van ‘voorhanden hebben’ in de zin van de Wet op de accijns niet relevant.
Medeplegen.
Het onderzoek naar de sigaretten.
Slotconclusie.
4.De bewezenverklaring.
5.De strafbaarheid van het feit.
6.De strafbaarheid van verdachte.
7.De oplegging van straf.
8.De toepasselijke wetsartikelen.
9.DE UITSPRAAK
verklaarthet ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaartniet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
verklaartdat het bewezenverklaarde oplevert de misdrijven:
verklaartverdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf en maatregel: