ECLI:NL:RBONE:2013:BY9646
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. van Wees
- H. Bloebaum
- D. Hardonk-Prins
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijke bijstandsfraude door niet melden buitenlands onroerend goed
De rechtbank Oost-Nederland heeft op 25 januari 2013 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die tussen 1 juli 2000 en 30 juni 2011 in Hengelo bijstand ontving. Verdachte had onroerend goed in Turkije in eigendom, maar meldde dit niet aan de gemeente, terwijl hij wist dat dit van belang was voor de vaststelling van zijn uitkering.
De officier van justitie stelde dat verdachte opzettelijk zijn inlichtingenplicht had geschonden door het bezit van onroerend goed niet te melden, wat leidde tot bevoordeling door het onterecht ontvangen van bijstand. De verdediging voerde aan dat het vastgoed weinig waarde had en dat verdachte deels onwetend was over de meldplicht.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de benodigde gegevens niet tijdig heeft verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken en waarschuwingen. Verdachte werd vrijgesproken van het niet melden van overige inkomsten wegens gebrek aan bewijs. Gelet op de ernst van de fraude, de duur en het benadelingsbedrag, maar ook rekening houdend met de leeftijd en omstandigheden van verdachte, werd een gevangenisstraf van tien maanden opgelegd, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens het niet melden van buitenlands onroerend goed tijdens het ontvangen van bijstand.