ECLI:NL:RBONE:2013:BY9647
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E. van Wees
- H. Bloebaum
- D. Hardonk-Prins
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk nalaten melden van buitenlands onroerend goed bij bijstandsuitkering
De rechtbank Oost-Nederland heeft verdachte veroordeeld wegens bijstandsfraude. Verdachte ontving van 1983 tot 2011 een bijstandsuitkering en beschikte gedurende een deel van die periode over onroerend goed in Turkije, dat zij niet meldde aan de gemeente Hengelo, in strijd met haar wettelijke meldingsplicht.
De officier van justitie stelde dat verdachte bewust haar vermogen in het buitenland verzwijgt om onterecht bijstand te ontvangen. De verdediging voerde aan dat verdachte zich niet bewust was dat de geërfde grond als vermogen moest worden opgegeven en dat het vastgoed weinig waarde had. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte en haar echtgenoot wisten dat zij wijzigingen in hun vermogenssituatie moesten melden.
Uit onderzoek bij het Turkse Kadaster bleek dat verdachte en haar echtgenoot meerdere stukken grond en vastgoed bezaten, waarvan de waarde aanzienlijk was. Verdachte heeft dit niet gemeld ondanks herhaalde verzoeken en formulieren van Sociale Zaken. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk naliet de benodigde gegevens te verstrekken, wat kon leiden tot bevoordeling.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de ernst van het feit, de duur, het benadelingsbedrag en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens opzettelijk nalaten van meldingsplicht over buitenlands onroerend goed.