ECLI:NL:RBONE:2013:BY9736
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mensenhandel, veroordeling verduistering financiële administratie
De rechtbank Oost-Nederland behandelde een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van mensenhandel en verduistering. Verdachte werd ervan verdacht slachtoffer te hebben gedwongen tot arbeid en voordeel te hebben getrokken uit uitbuiting, alsmede geld te hebben verduisterd uit de financiële administratie van het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging omtrent mensenhandel niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte het slachtoffer heeft gedwongen tot arbeid of wist dat het slachtoffer zich beschikbaar stelde voor arbeid. Ook het voordeel trekken uit uitbuiting werd niet bewezen. Verdachte werd daarom vrijgesproken van deze feiten.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met een medeverdachte geldbedragen van de bankrekening van het slachtoffer heeft verduisterd, met name de omzetbelasting. Verdachte werd hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand, rekening houdend met de reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis en een blanco strafblad.
De rechtbank constateerde diverse vormverzuimen in het opsporingsonderzoek, zoals het niet audioregistreren van verhoren en onzorgvuldigheden in processen-verbaal, maar oordeelde dat deze niet tot bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie leidden. Wel werd het verhoor van een getuige uitgesloten vanwege ernstige onzorgvuldigheden.
De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet ontvankelijk verklaard wegens onevenredige belasting van het strafgeding; deze kan via de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van mensenhandel en veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voor verduistering.