ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0478
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over dekking brandverzekering na vermoeden brandstichting door verzekerde
De zaak betreft een geschil tussen een verzekerde en zijn brandverzekeraar over de dekking van een brand. De rechtbank onderschreef het vermoeden dat de brand door of met behulp van de verzekerde zelf, als sleutelhouder, is veroorzaakt. De verzekerde werd toegelaten tot het leveren van tegenbewijs, maar dit werd onvoldoende geacht.
Diverse getuigenverklaringen, waaronder die van de zoon van de verzekerde en technische deskundigen, werden gehoord. Technisch onderzoek toonde aan dat het raam tijdens de brand openstond, wat duidt op brandstichting. De verklaringen van de verzekerde en zijn zoon over het tijdstip en de route van de rit naar de instelling waren inconsistent en onvoldoende om het vermoeden te weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat de verzekeraar niet gehouden is tot uitkering en dat de verzekerde aansprakelijk is voor de onderzoeks- en proceskosten. De vorderingen van de verzekerde werden afgewezen, terwijl de vordering van de verzekeraar tot vergoeding van onderzoekskosten werd toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de verzekerde af en veroordeelt hem tot betaling van onderzoekskosten en proceskosten aan de verzekeraar.