ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0500
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.G. Vermeulen
- M.M. Lorist
- P.L. Alers
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering tot betaling wederrechtelijk verkregen voordeel van 114.122 euro
De rechtbank Oost-Nederland behandelde een ontnemingszaak waarbij veroordeelde werd verplicht tot terugbetaling van wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie had een vordering ingesteld tot betaling van €141.279, gebaseerd op mensenhandel en meldingen ongebruikelijke transacties (MOT). De rechtbank stelde het bedrag vast op €114.122, waarbij een bedrag gerelateerd aan een specifiek slachtoffer werd uitgesloten wegens onvoldoende bewijs.
De verdediging voerde verweer tegen het opgenomen voordeel uit de prostitutieactiviteiten van het slachtoffer [slachtoffer 3], onder meer omdat deze niet als getuige kon worden gehoord en er geen concrete aanwijzingen waren dat veroordeelde financieel voordeel had genoten. De rechtbank volgde dit standpunt en sloot dit bedrag uit de berekening uit.
Verder werd betoogd dat rekening gehouden moest worden met een lopende Turkse strafzaak, overschrijding van de redelijke termijn en de draagkracht van veroordeelde. De rechtbank oordeelde dat de Turkse zaak niet direct invloed heeft op deze procedure, dat de ontnemingsvordering tijdig was ingediend ondanks enige vertraging, en dat onvoldoende is gebleken van een gebrek aan draagkracht.
De rechtbank concludeerde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op €114.122 moet worden vastgesteld en veroordeelde tot betaling van dit bedrag aan de Staat. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde wordt verplicht tot betaling van €114.122 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.