ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1360
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen werknemer tegen werkgever en bestuurder wegens niet-nakoming arbeidsovereenkomst
De werknemer vorderde in kort geding dat de werkgever hem zou toelaten tot zijn bedongen werkzaamheden als verpleeghuisarts en hem zou ondersteunen bij zijn opleiding, met een dwangsom van €50.000 per dag bij niet-nakoming. Tevens vorderde hij dat de bestuurder van de werkgever alle noodzakelijke handelingen verricht om uitvoering aan het vonnis te geven, eveneens met een dwangsom.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering tegen de werkgever niet ontvankelijk was, omdat reeds een vonnis van 29 januari 2013 was gewezen dat geëxecuteerd kon worden. De vordering tot verhoging van de dwangsom werd afgewezen omdat per 18 februari 2013 de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden zou worden, waardoor nakoming niet meer opportuun was.
De kantonrechter verklaarde zich wel bevoegd om kennis te nemen van de vordering tegen de bestuurder, ondanks dat dit strikt genomen niet tot zijn bevoegdheid behoort, vanwege de nauwe samenhang met de arbeidsovereenkomst. Desondanks werd ook deze vordering afgewezen omdat het nalaten van de bestuurder niet als onrechtmatig handelen kon worden gekwalificeerd.
De kosten werden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter E.W. de Groot op 18 februari 2013 te Enschede.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemer af en compenseert de kosten.