ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1425
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing indeplaatsstelling winkelruimte na faillissement wegens onvoldoende zwaarwichtig belang
In deze kort geding procedure vordert de curator van een gefailleerde winkelketen namens de boedel samen met een mede-eiser indeplaatsstelling van een gehuurde winkelruimte, zodat de koper van een groot deel van de winkels de exploitatie kan voortzetten.
De verhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd en weigert medewerking te verlenen aan de indeplaatsstelling. De curator beroept zich op artikel 7:307 BW Pro, dat indeplaatsstelling mogelijk maakt indien een zwaarwichtig belang bestaat bij overdracht van het bedrijf in het gehuurde.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de curator onvoldoende zwaarwichtig is. De curator stelt onder meer continuïteit, behoud werkgelegenheid en behoud van goodwill als belangen, maar de rechtbank vindt dat deze belangen niet toereikend zijn, mede omdat het werkgelegenheidsbelang beperkt is tot vijf werknemers en geen financieel nadeel voor de boedel aannemelijk is.
De vordering tot indeplaatsstelling wordt daarom afgewezen. De curator en mede-eiser worden veroordeeld tot ontruiming van de winkelruimte en betaling van de huurachterstand. De kosten worden hoofdelijk aan hen opgelegd.
Uitkomst: Vordering tot indeplaatsstelling afgewezen; curator en mede-eiser veroordeeld tot ontruiming en betaling huurachterstand.