ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1535
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering achterstallig loon en loondoorbetaling bij ziekte afgewezen behalve gedeeltelijk
Eiser, een stukadoor in dienst sinds 2007, vordert betaling van achterstallig loon vanaf week 37 van 2012 wegens niet-naleving van loondoorbetalingsverplichtingen door de werkgever tijdens ziekte. Werkgever betwist de vordering deels, stelt dat eiser zijn re-integratieverplichtingen niet nakwam en dat loon slechts verschuldigd is over daadwerkelijk arbeidsongeschikte uren. Tevens beroept werkgever zich op verrekening van reeds betaalde bedragen en bedrijfseigendommen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser vanaf 10 september 2012 tot 18 oktober 2012 geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en dat werkgever het loon over deze periode ten onrechte niet volledig heeft doorbetaald. Voor uren waarin eiser passend werk kon verrichten maar niet werkte, bestaat geen loondoorbetalingsverplichting. De stelling dat werkgever tekort is geschoten in re-integratie wordt onvoldoende onderbouwd en het deskundigenoordeel van het UWV wijst uit dat eiser onvoldoende re-integratie-inspanningen leverde.
De verrekening van bedrijfseigendommen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs, maar verrekening van reeds betaald salaris over de bouwvakperiode wordt toegewezen. Uiteindelijk wordt werkgever veroordeeld tot betaling van € 531,89 bruto achterstallig loon vermeerderd met 20% wettelijke verhoging. Proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 531,89 bruto achterstallig loon vermeerderd met 20% wettelijke verhoging, overige vorderingen worden afgewezen.