ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2690
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir derdenbeslag na termijnoverschrijding
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de opheffing van conservatoir derdenbeslag dat door gedaagde onder de Rabobank is gelegd. Het beslag is gelegd op basis van een verlof dat is verleend onder de voorwaarde dat de eis in de hoofdzaak binnen veertien dagen wordt ingesteld. Gedaagde heeft deze termijn overschreden, waardoor het eerste beslag van rechtswege is komen te vervallen.
Eiseres stelt dat gedaagde misbruik van recht heeft gemaakt door in het tweede beslagrekest geen melding te maken van het eerdere beslag en dat de voorzieningenrechter daardoor is misleid. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat uit de stukken blijkt dat in de brief bij het tweede rekest wel degelijk verwezen is naar het eerdere beslag en dat er geen sprake is van strijd met artikel 21 Rv Pro.
Verder overweegt de voorzieningenrechter dat het vervallen van het eerste beslag niet automatisch betekent dat het beslag onrechtmatig was en dat de onrechtmatigheid niet ter beoordeling staat in deze procedure. Gezien het voorgaande is de vordering tot opheffing van het tweede beslag niet toewijsbaar. Ook de vordering om gedaagde te gebieden bij een volgend beslagverzoek volledige informatie te verstrekken wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde worden begroot op in totaal €1.405,--. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter M.L.J. Koopmans en uitgesproken op 27 februari 2013 te Almelo.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir derdenbeslag wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.