ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2717
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen grootschalige hasjhandel en gewoontewitwassen
De rechtbank Oost-Nederland heeft op 21 februari 2013 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, handel in grote hoeveelheden hasj, gewoontewitwassen, valsheid in geschrift en belastingfraude.
Het onderzoek betrof een omvangrijke hasjhandel over meerdere jaren, waarbij verdachte samen met anderen grote partijen hasj invoerde, verkocht en vervoerde. Centraal stond een zogenaamde hasjboekhouding, bestaande uit diverse notitieblokken en ordners met administraties van leveringen, betalingen en voorraad, die de rechtbank als overtuigend bewijs beschouwde. Verdachte had een leidende rol in het samenwerkingsverband.
De rechtbank verwierp diverse verweren van de verdediging, waaronder betwisting van de dagvaarding, ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, bewijsuitsluiting en schendingen van het recht op een eerlijk proces. Ook werd geoordeeld dat de internationale rechtshulp en de inzet van buitenlandse opsporingsmiddelen rechtmatig waren.
De bewezenverklaring omvatte invoer en handel in circa 62.000 kilo hasj, witwassen van ruim 24 miljoen euro, valsheid in geschrift en onjuiste belastingaangiften. Gezien de ernst en omvang van de feiten legde de rechtbank de maximale gevangenisstraf van 8 jaar op, met verbeurdverklaring van diverse goederen. Verdachte werd vrijgesproken van niet bewezen verklaarde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van grootschalige hasjhandel en gewoontewitwassen.