ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5205
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering executieve status en rang brigadier bij politieambtenaar
Eiser is sinds 1 september 2006 in tijdelijke dienst bij de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, aanvankelijk voor de opleiding tot technisch verkeersspecialist, die hij pas begin 2009 afrondde. Verweerder plaatste eiser per 1 januari 2009 in salarisschaal 8 zonder executieve status en zonder rang, waarop eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat het begrip 'executieve status' niet voorkomt in de Politiewet 1993 en dat de taken van een politieambtenaar afhangen van de functie, niet van een persoonlijke status of opleiding. Het onderscheid tussen ambtenaren in dezelfde functie op basis van opleiding is strijdig met het systeem van de Politiewet 1993.
De rechtbank oordeelt dat eiser, gelet op zijn functie als technisch verkeersspecialist, een ambtenaar is als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Politiewet 1993 en dat hem de bij salarisschaal 8 behorende rang van brigadier toekomt. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het aanstellingsbesluit gewijzigd door toevoeging van executieve status en de rang van brigadier.
Verder oordeelt de rechtbank dat de tijdelijke aanstelling van eiser voor de opleiding niet gelijkgesteld kan worden met een tijdelijke aanstelling in een aanloopschaal en dat verweerder terecht heeft geweigerd hem eerder te bevorderen naar salarisschaal 8. Het beroep tegen dit onderdeel van het besluit wordt ongegrond verklaard.
Tot slot wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Eisers beroep wordt gegrond verklaard en zijn aanstellingsbesluit wordt gewijzigd met toevoeging van executieve status en de rang van brigadier.