ECLI:NL:CRVB:2008:BD5304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot terugkomen van besluit over executieve status en TOR
Appellant, sinds 1974 werkzaam bij de politie-regio Gelderland-Midden, werd in 1995 benoemd tot medewerker preventie met een AT-status, waarmee hij zijn executieve status verloor. Hij verzocht om terugkeer naar de executieve status en om toepassing van de Tijdelijke Ouderenregeling (TOR), maar deze verzoeken werden afgewezen. De rechtbank verklaarde zijn beroepen ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn executieve status niet was gewijzigd omdat geen rechtsgevolg gericht besluit hierover was genomen. De Raad oordeelde dat de benoeming in de AT-functie sinds 1995 de executieve status verving en dat de korpsbeheerder niet verplicht was dit expliciet mee te delen. Het verzoek om terug te komen op het besluit kon alleen worden ingewilligd bij nieuwe feiten of omstandigheden, die ontbraken.
Ook de brief van 19 april 2006, waarin de korpschef bevestigde dat appellant niet in aanmerking kwam voor de TOR, werd als een herhaling van het eerdere besluit gezien en niet als een nieuw besluit. De overschrijding van de bezwaartermijn werd niet verschoonbaar geacht. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraken en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om terug te komen op het besluit over de executieve status en de afwijzing van de aanvraag voor de Tijdelijke Ouderenregeling.