ECLI:NL:RBOVE:2013:1513
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen stort van baggerslib op weiland in Zwartsluis
Verzoekers, omwonenden van een weiland in Zwartsluis, verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het gebruik van het perceel als baggerdepot. Zij vreesden overlast door stank, insecten, ongedierte en waardevermindering van hun woningen. De gemeente Zwartewaterland had een handhavingsverzoek van verzoekers afgewezen omdat het gebruik van het perceel binnen de verleende omgevingsvergunning viel.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de omgevingsvergunning voor het tijdelijk toepassen van verspreidbare baggerspecie op het perceel rechtsgeldig was verleend en dat de tijdelijke aanwezigheid van het baggerdepot daarmee vergund was. Ook de milieuregelgeving, waaronder artikel 10.2 van de Wet milieubeheer en het Besluit bodemkwaliteit, stond de werkzaamheden niet in de weg, aangezien sprake was van een nuttige toepassing van de baggerspecie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vrees voor overlast onvoldoende was onderbouwd en dat de tijdelijke aard van de werkzaamheden (tot uiterlijk 1 juli 2014) meeweegt. Daarnaast was niet aannemelijk dat de werkzaamheden in strijd waren met de Flora- en faunawet, waarbij bovendien de gemeente het bevoegde bestuursorgaan was.
Gelet op deze belangenafweging woog het belang van het baggeren en de tijdelijke toepassing van baggerspecie zwaarder dan de belangen van verzoekers. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het gebruik van het perceel als baggerdepot wordt afgewezen.