Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
E-COURT,
Rechtbank Overijssel
E-Court verzocht de rechtbank om verlof tot tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis dat volgens haar bestond uit drie samengevoegde arbitrale zaken. De voorzieningenrechter oordeelde dat uit de inhoud van het arbitraal vonnis niet blijkt dat sprake is van een juridische samenvoeging van de zaken. Hoewel de zaken feitelijk gezamenlijk werden behandeld, blijven zij juridisch zelfstandig met eigen vonnissen binnen het ene schriftelijke vonnis.
De rechtbank wees het verzoek tot tenuitvoerlegging van het ene arbitraal vonnis af omdat het niet als één juridisch vonnis kan worden beschouwd. Wel verleende zij verlof tot tenuitvoerlegging voor elk van de drie afzonderlijke arbitrale vonnissen die als productie waren overgelegd. De voorzieningenrechter benadrukte dat samenvoeging van zaken niet leidt tot één arbitraal vonnis en dat elk vonnis afzonderlijk beoordeeld moet worden voor tenuitvoerlegging.
Verder overwoog de rechtbank dat de samenvoeging van arbitrale zaken niet als argument kan dienen om slechts éénmalig griffierechten te heffen, omdat elk vonnis zelfstandig is. Ook merkte de voorzieningenrechter op dat samenvoeging van een groot aantal zaken om kostenefficiënte redenen de bedoeling van de wetgever lijkt te miskennen en dat de goede procesorde vereist dat zaken afzonderlijk worden berecht.
De beslissing was om het verlof tot tenuitvoerlegging van de drie afzonderlijke arbitrale vonnissen toe te wijzen en het meer of anders verzochte af te wijzen.
Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van drie afzonderlijke arbitrale vonnissen wordt verleend, verzoek tot erkenning van één samengevoegd arbitraal vonnis wordt afgewezen.