Eiser, een cliënt die Zorg met Verblijf ontvangt in een zorginstelling, maakte bezwaar tegen de vastgestelde eigen bijdrage van €569,33 per maand voor 2013. Verweerder had het bijdrageplichtig inkomen vermeerderd met 8% van de grondslag sparen en beleggen, conform het gewijzigde Bijdragebesluit Zorg (Bbz).
Eiser voerde aan dat deze 8%-vermeerdering onredelijk is omdat gehandicapten moeilijk rendement kunnen behalen op hun vermogen, dat veelal persoonlijk is, en dat er sprake is van discriminatie ten opzichte van andere Nederlanders die een lagere rendementsheffing betalen. De rechtbank oordeelde dat de regelgeving dwingendrechtelijk en limitatief is en dat er geen ruimte is voor coulance of bijzondere omstandigheden.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op discriminatie faalt omdat de regeling voor iedereen gelijk geldt en er redelijke en objectieve gronden zijn voor het onderscheid. De rechtbank concludeerde dat de vaststelling van de eigen bijdrage correct is en verklaarde het beroep ongegrond.