ECLI:NL:RBOVE:2013:3102
Rechtbank Overijssel
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken rechtmatige grond voor ongewenstverklaring EU-burger
Verdachte, oorspronkelijk Marokkaans, werd in 2004 ongewenst verklaard in Nederland en later verdacht van illegaal verblijf in 2013. Hij stelde dat hij sinds 2005 ook de Franse nationaliteit bezit en over een authentiek Frans paspoort beschikt. De Koninklijke Marechaussee en Duitse autoriteiten betwijfelden de echtheid van het paspoort, maar leverden geen onderbouwd bewijs.
De rechtbank stelde vast dat het besluit tot ongewenstverklaring uit 2004 niet was aangevochten en derhalve bestuursrechtelijk onherroepelijk was. Echter, omdat verdachte EU-burger is, gelden strengere Europeesrechtelijke criteria voor ongewenstverklaring. Er was geen bewijs dat verdachte in 2013 een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormde voor fundamentele belangen van de samenleving.
De rechtbank concludeerde dat het besluit tot ongewenstverklaring niet kon worden beschouwd als gebaseerd op een wettelijk voorschrift in de zin van artikel 197 Sr Pro. Hierdoor kon het tenlastegelegde feit niet bewezen worden verklaard en sprak de rechtbank verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken omdat het besluit tot ongewenstverklaring niet voldeed aan de strengere EU-criteria en het Franse paspoort niet als vals kon worden aangemerkt.