ECLI:NL:RBOVE:2014:1154
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet-naleving inlichtingenplicht WW bevestigd en verlaagd
Eiser ontving een WW-uitkering van 2 april 2012 tot 1 februari 2013. Verweerder stelde vast dat eiser niet tijdig werkzaamheden had doorgegeven, waardoor te veel WW-uitkering was ontvangen. Verweerder herzag de uitkering, vorderde het teveel betaalde bedrag terug en legde een bestuurlijke boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser voerde aan dat hij de inlichtingenplicht niet had geschonden en betwistte de hoogte van de boete. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij verweerder tijdig had geïnformeerd over zijn werkzaamheden, noch via telefoon noch via het wijzigingsformulier WW. De rechtbank oordeelde dat eiser zowel objectief als subjectief verwijtbaar heeft gehandeld.
De rechtbank vond de boete, zoals verlaagd door verweerder, proportioneel gelet op de ernst van de overtreding en persoonlijke omstandigheden van eiser. Het beroep tegen het besluit tot boeteverlegging werd daarom ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het oorspronkelijke boetebesluit niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de boete ongegrond en bevestigt de verlaging van de boete tot €2.742.