Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiseres 1],
[eiseres 2],
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2](tevens in haar hoedanigheid van uitvoerder van de laatste wilsbeschikkingen van [naam]),
1.De procedure
- de dagvaarding met 14 producties;
- de mondelinge behandeling op 18 december 2013;
- het tijdens de behandeling tegen de niet verschenen gedaagde [gedaagde 2] verleende verstek;
- de pleitnota van [eisseressen c.s.];
- de wijziging van eis.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
drie maandenna betekening van dit vonnis aan [eisseressen c.s.] kopie te verstrekken van een deugdelijke boedelbeschrijving en de aangifte erfbelasting ter zake de nalatenschap van [naam], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 20.000,00;
één maandten aanzien van de Nederlandse bankrekeningen en binnen
twee maandenten aanzien van de buitenlandse rekeningen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 20.000,00, met dien verstande dat de dwangsom niet zal zijn verbeurd indien aan [eisseressen c.s.] een verklaring van de bank wordt overgelegd waaruit blijkt dat de gevraagde mutaties te gedateerd zijn om nog te kunnen worden geproduceerd;
één maandna betekening van dit vonnis aan [eisseressen c.s.] kopie te verstrekken van de aan [naam] opgelegde belastingaanslagen vanaf 2007 tot en met 2012, alle vergezeld van de bijbehorende belastingaangiften, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 20.000,00;