ECLI:NL:HR:1971:AB6018
Hoge Raad
- Cassatie in het belang der wet
- Mrs. de Jong
- de Meijers
- Peters
- Minkenhof
- Drion
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechter bij geschil over afdwingbaarheid verkiezingsafspraak
In deze zaak vorderde eiser dat gedaagde zou worden bevolen ontslag te nemen als lid van de gemeenteraad, op grond van een onderlinge afspraak tussen partijen over de volgorde van benoeming na gemeenteraadsverkiezingen. De afspraak hield in dat kandidaten die zetels kregen toegewezen, deze alleen zouden aanvaarden als dat strookte met de onderlinge verdeling van stemmen en loting, anders zouden zij hun benoeming niet accepteren.
De rechtbank wees de vordering grotendeels toe, maar de Procureur-Generaal stelde cassatie in omdat de rechter niet bevoegd was om over deze kwestie te oordelen. De Hoge Raad oordeelde dat de vordering gebaseerd was op een afspraak die niet neerkomt op een burgerlijk recht of vordering, maar op een regeling die afwijkt van de Kieswet en de openbare orde raakt.
Daarom ontbrak de rechterlijke bevoegdheid om over deze vordering te oordelen. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd zonder dat dit nadeel toebrengt aan de rechten van partijen. De Hoge Raad bevestigde hiermee dat geschillen over dergelijke verkiezingsafspraken niet voor de burgerlijke rechter komen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis omdat de rechter niet bevoegd was over de verkiezingsafspraak te oordelen.