ECLI:NL:RBOVE:2014:1299
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige op of omstreeks 30 december 2011 in Deventer. De tenlastelegging betrof het betasten en aanraken van de billen en vagina van de aangeefster, waarbij sprake zou zijn geweest van dwang door geweld of bedreiging.
Tijdens de terechtzittingen op 4 september 2012 en 3 maart 2014 werd vastgesteld dat de verklaringen van de aangeefster en de enige getuige niet consistent waren en op essentiële punten van elkaar afweken. De rechtbank concludeerde dat de verklaring van de aangeefster onvoldoende steun vond in andere bewijsmiddelen en dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak om verdachte te veroordelen.
De verdediging had betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar dit werd verworpen conform vaste jurisprudentie. De rechtbank verklaarde verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd als niet-ontvankelijk verklaard, waarbij werd opgemerkt dat deze bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.