ECLI:NL:RBOVE:2014:1300

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 maart 2014
Publicatiedatum
17 maart 2014
Zaaknummer
08.770226-13 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte inbraak juwelier wegens onvoldoende bewijs DNA-sporen

De rechtbank Overijssel behandelde op 17 maart 2014 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van een inbraak bij een juwelier in Kampen op of omstreeks 25 december 2012. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen sieraden te hebben weggenomen door braak en inklimming.

Tijdens de terechtzitting op 3 maart 2014 verscheen verdachte niet persoonlijk, maar werd hij vertegenwoordigd door zijn advocaat. Het openbaar ministerie vorderde veroordeling, terwijl de verdediging stelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.

De rechtbank oordeelde dat de DNA-sporen die waren aangetroffen onvoldoende bewijs vormden. Het ging om onvolledige DNA-profielen, waarvan één spoor slechts uitsloot dat verdachte onbekend was, maar geen matchkans kon worden berekend. Bovendien waren de sporen op verplaatsbare voorwerpen gevonden, wat de bewijswaarde vermindert. Verdachte had zich beroepen op zijn zwijgrecht, maar dit deed niet af aan het oordeel. Ook het feit dat verdachte en een veroordeelde medeverdachte elkaar leken te kennen, was niet doorslaggevend.

De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De benadeelde partij werd verwezen naar de burgerlijke rechter voor haar vordering.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - Meervoudige Kamer te Zwolle
Parketnummer: 08.770226-13 (P)
Uitspraak: 17 maart 2014

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie
tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1], [woonplaats].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 maart 2014.
De verdachte is niet in persoon verschenen. De verdachte is ter terechtzitting verdedigd door mr. J.M. van Dam, advocaat te ‘s-Gravenhage, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.
Als officier van justitie was aanwezig mr. S.J.S. Koekkoek.

TENLASTELEGGING

Aan verdachte is tenlastegelegd dat
hij op of omstreeks 25 december 2012 te Kampen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand, gelegen op/aan de [adres 2], heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Lucardi juwelier, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van wat verdachte is ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en dat zijn cliënt moet worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte zal van het ten laste gelegde worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
Met name acht de rechtbank de uit het onderzoek door het NFI naar voren komende bevindingen omtrent de aangetroffen DNA-sporen onvoldoende om als bewijs te kunnen dienen aangezien het hier gaat om onvolledig DNA-profielen. De wetenschappelijke bewijswaarde van een match met een dergelijk profiel is immers lager dan die van een match met een volledig DNA-profiel. Ten aanzien van een van deze sporen (AAFT3526NL#01) heeft het NFI zelfs niet meer kunnen vaststellen dan: ”
onvolledig DNA-profiel van minimaal één man- onbekende man B (gekoppeld aan [verdachte]) kan niet worden uitgesloten”. Van dat spoor kon geen matchkans berekend worden. Voorts acht de rechtbank van belang dat de betreffende DNA-sporen zijn aangetroffen op verplaatsbare voorwerpen. Dat verdachte zich heeft beroepen op zijn zwijgrecht, doet daaraan niet af, te meer niet nu de broer van verdachte heeft verklaard dat verdachte hem soms helpt bij kabels trekken of kozijnen plaatsen, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank, anders dan de officier van justitie heeft betoogd, het hanteren van een (vuist)moker – waarop een van de DNA-sporen is aangetroffen – niet behoeft uit te sluiten.
Daarnaast geldt dat het dossier naar het oordeel van de rechtbank in de overigens aanwezige informatie onvoldoende objectieve aanknopingspunten bevat die overtuigend wijzen op enige feitelijke betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde feit. Het uit het dossier naar voren komende gegeven dat verdachte en de medeverdachte, die inmiddels voor het plegen van de inbraak is veroordeeld, elkaar lijken te kennen, acht de rechtbank niet doorslaggevend.

Benadeelde partij

De benadeelde partij Lucardi Juweliers B.V. zal in diens vordering niet-ontvankelijk worden verklaard nu de verdachte van het hem ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Beslissing

De rechtbank verklaart het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Lucardi Juweliers B.V. in haar vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Aldus gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Blauw als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2014.