ECLI:NL:RBOVE:2014:3313

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 juni 2014
Publicatiedatum
18 juni 2014
Zaaknummer
08/770164-13
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervaardigen en bezitten van pornografische afbeeldingen van minderjarige

In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel op 17 juni 2014 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het vervaardigen en bezitten van pornografische afbeeldingen van een zestienjarig meisje. De rechtbank heeft de verdachte schuldig bevonden aan het tweede feit, namelijk het vervaardigen en in bezit hebben van afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, betrokken was. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte in de periode van 1 december 2010 tot en met 8 juni 2012 te Enschede, drie foto’s en vijf films heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad, die een onmiskenbaar seksuele strekking hadden en strekten tot seksuele prikkeling. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het eerste feit, omdat niet bewezen kon worden dat het slachtoffer ten tijde van de handelingen jonger was dan zestien jaar.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn psychologische achtergrond en het feit dat hij niet eerder veroordeeld was. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van 80 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk. Daarnaast zijn er bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder behandeling voor autismespectrumproblematiek en reclasseringstoezicht. De rechtbank benadrukt het belang van bescherming van minderjarigen en de schadelijkheid van dergelijke feiten voor hun ontwikkeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer voor strafzaken in Almelo.

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08/770164-13
Datum vonnis: 17 juni 2014
Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
3 juni 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1:gemeenschap heeft gehad met een persoon tussen de twaalf en zestien jaar, dan wel ontucht heeft gepleegd met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar;
feit 2:samen met een ander, dan wel alleen, foto’s en films, bevattende kinderpornografie, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in zijn bezit heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2010
tot en met 25 april 2010 te Soest, gemeente Soest en/of te Zeist, gemeente
Zeist, met [slachtoffer] (geboren [geboortedag] 1994), die de leeftijd
van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,
(telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en)
uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer], hebbende verdachte één of meermalen zijn,
verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]
geduwd/gebracht en/of (vervolgens) één of meermalen de ontblote borst(en) van
die [slachtoffer] betast en/of bevoeld;
althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou
kunnen volgen, subsidiair, terzake dat
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2010
tot en met 25 april 2010 te Soest, gemeente Soest en/of te Zeist, gemeente
Zeist, met [slachtoffer] (geboren [geboortedag] 1994), die toen de
leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of
meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:
- het één of meermalen duwen/brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de
vagina van die [slachtoffer] en/of het één of meermalen bevoelen
en/of betasten van de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
- het één of meermalen bevoelen en/of betasten van de ontblote borst(en)
van die [slachtoffer];
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 01 december 2010 tot
en met 08 juni 2012 te Enschede, in elk geval in Nederland, tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meermalen
(telkens) (een) afbeelding(en), te weten drie (3) foto('s) en/of vijf (5)
film(s) en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van
seksuele gedragingen, te weten een externe harddisk (v.v. inbeslagcode
05220.01.01.01.03.1), heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad,
terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,
waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog
niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:
het betasten en/of aanraken van een (stijve) penis van een (ander) persoon
door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt
met de vinger(s)/hand en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in een
(erotisch getinte) houding poseert die niet bij haar leeftijd past
en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van deze
persoon en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de
(ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding(en)
(aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken
tot seksuele prikkeling en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of
(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft
en/of strekt tot seksuele prikkeling

3.De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en een ambulante behandeling bij De Tender, waarbij een proeftijd van drie jaren zal gelden.

4.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5.De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die daarbij worden genoemd. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer PL05KP 2013034427. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
5.1
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat, met name aan de hand van verdachtes eigen verklaring bij de politie (pagina 21), kan worden geconcludeerd dat op het moment dat verdachte ontuchtige handelingen met het slachtoffer pleegde, welke handelingen verdachte overigens niet ontkent, het slachtoffer de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, zodat er ter zake van feit 1 primair en veroordeling kan volgen. Verdachte erkent het sub 2 tenlastegelegde, zodat ook ter zake van dat feit een veroordeling kan volgen.
De raadsman stelt zich op het standpunt dat vrijspraak dient te volgen van het sub 1 primair en subsidiair tenlastegelegde, nu de door verdachte gepleegde seksuele handeling geen strafbaar feit opleveren, aangezien [slachtoffer] ten tijde van het plegen van die handelingen de leeftijd van 16 jaar inmiddels had bereikt. Ter zake van feit 2 kan het vervaardigen van films en het voorhanden hebben van foto’s bewezen worden verklaard en dient er ter zake van de overige onderdelen in de tenlastelegging vrijspraak te volgen.
5.2
De bewijsoverwegingen van de rechtbank
feit 1:
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe dat aan de hand van wettige bewijsmiddelen niet kan worden vastgesteld dat [slachtoffer], op het moment dat verdachte seksuele handelingen met haar pleegde, de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt. Verdachte zegt daarover ter terechtzitting dat hij zeker weet dat hij die handelingen in mei 2010 heeft gepleegd en [slachtoffer] verklaart daarover bij de politie dat haar eerste ontmoeting met verdachte volgens haar in mei 2010 is geweest en dat zij toen net 16 jaar oud was geworden. Ook overigens zijn er ter terechtzitting geen feiten of omstandigheden bekend geworden op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat [slachtoffer] ten tijde van het sub 1 primair en subsidiair tenlastegelegde jonger was dan 16 jaar.
feit 2:
Evenals de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat geen sprake is van medeplegen.
Als bewijsmiddelen daarvoor gelden:
1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 juni 2014, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte;
2. het proces-verbaal onderzoek afbeeldingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 17 juli 2012, pagina’s 15 t/m 19.
De raadsman heeft betoogd dat het vervaardigen van de foto’s en het aanwezig hebben van de films niet bewezen kunnen worden verklaard. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het vervaardigen van films tevens het bezit ervan impliceert en dat verdachte ter terechtzitting zelf heeft verklaard de films nadien wel eens weer te hebben bekeken. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat van het vervaardigen van de foto’s van het slachtoffer door verdachte geen sprake is geweest en dat er van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspraak dient te volgen.
5.3
De conclusie
De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode 1 december 2010 tot en met 08 juni 2012 te Enschede,
afbeeldingen, te weten drie (3) foto’s en vijf (5) films en een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten een externe harddisk
(v.v. inbeslagcode 05220.01.01.01.03.1), heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad,
terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken,
welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:
het betasten en aanraken van een (stijve) penis van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de vingers/hand
en het naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in een erotisch getinte houding poseert die niet bij haar leeftijd past en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose van deze
persoon en de uitsnede van de afbeeldingen/films nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling en het houden van een stijve penis bij/naast het gezicht/lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft
en strekt tot seksuele prikkeling.
De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 240b Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 2
het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, telkens meermalen gepleegd.

7.De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8.De op te leggen straf of maatregel

8.1
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen en bezitten van pornografische afbeeldingen van een zestienjarig kwetsbaar meisje met een problematisch verleden. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij zich op het moment dat hij de feiten pleegde, niet bewust was van het strafwaardig karakter ervan maar dat hij nu wel inziet dat hij verkeerd gehandeld heeft. Het mag als een feit van algemene bekendheid worden verondersteld dat feiten als deze zeer schadelijk kunnen zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Jeugdigen van deze leeftijd moeten onvoorwaardelijk kunnen vertrouwen op de bescherming van volwassenen en met name van hen met wie zij een vertrouwensband hebben. Verdachte heeft zich van vorenstaande geen rekenschap gegeven.
In principe dient op feiten als deze gereageerd te worden met een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. De rechtbank heeft echter bij het bepalen van de soort en hoogte van de straf, rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder ter zake van strafbare feiten is veroordeeld en hij er ter terechtzitting blijk van heeft gegeven het strafwaardige en kwalijke van zijn handelen in te zien en bereid te zijn tot het volgen van een door De Tender geadviseerde dramatherapie. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de ter terechtzitting gebleken persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die met name worden beschreven in het op verdachte betrekking hebbende psychologisch testonderzoek van 18 januari 2013. Daarin wordt onder andere geconcludeerd dat het totaal-IQ (60) bij verdachte op licht zwakzinnig niveau ligt in vergelijking tot personen in de zelfde leeftijdscategorie en verder dat het belangrijk is dat verdachte op verbale taken significant hoger scoort in vergelijking tot de performale taken. In een door De Tender aan verdachte gericht schrijven van 25 september 2013 wordt verdachte beschreven als een 43-jarige getraumatiseerde man met een belaste voorgeschiedenis, mogelijk pedagogisch en affectief verwaarloosd, die vanwege een gevoelde van verwantschap met een getroebleerd meisje, terechtkomt in een situatie waarin van hem inzicht, overwicht en duidelijke keuzes worden verwacht, zaken die hij vanwege zijn eigen achtergrond evenwel niet in staat is te bieden.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dan had kunnen worden volstaan met een werkstraf van na te melden duur, waarbij de rechtbank een belangrijk deel van deze werkstraf voorwaardelijke, met bijzondere voorwaarden zal doen zijn, teneinde verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst andermaal aan strafbare feiten als deze schuldig te maken. Vanwege het bepaalde in artikel 22b Sr ziet de rechtbank zich evenwel genoodzaakt daarnaast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de (minimale) duur van 1 dag op te leggen.

9.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 22d en 57 Sr.

10.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak/bewezenverklaring
  • verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
  • verklaart bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
  • verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid
  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
  • verklaart verdachte strafbaar voor het onder 2 bewezenverklaarde;
straf
  • veroordeelt verdachte tot een
  • veroordeelt verdachte tot een
  • bepaalt dat het voorwaardelijk deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
  • omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
  • stelt als
  • stelt als
  • stelt als
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. J.H. Olthof en
mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2014.