Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vorderingen
4.De standpunten van partijen
-behoudens de aan [[eiseres]] van rechtswege toe te kennen pensioenaanspraken-
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn in 1975 getrouwd in gemeenschap van goederen en in 1982 gescheiden. In 1983 sloten zij een overeenkomst over de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap, waarin wederzijdse kwijting werd verleend met een voorbehoud voor pensioenaanspraken van de vrouw. Eiseres stelt dat dit voorbehoud betekent dat de pensioenaanspraken nog verdeeld moeten worden en dat gedaagde afstand heeft gedaan van zijn recht op verevening van haar pensioenrechten.
Gedaagde betwist dat hij afstand heeft gedaan van zijn recht op verdeling van de pensioenaanspraken van eiseres en stelt dat het renvooi in de overeenkomst door de notaris is aangebracht zonder dat partijen de implicaties volledig hebben overzien. De rechtbank beoordeelt of uit de overeenkomst blijkt dat gedaagde bewust afstand heeft gedaan van zijn recht op verdeling van pensioenaanspraken.
De rechtbank concludeert dat onvoldoende aannemelijk is dat gedaagde afstand heeft gedaan van dit recht, mede omdat partijen apart tekenden en er geen bewijs is dat eiseres hem hierover heeft geïnformeerd. Daarom veroordeelt de rechtbank beide partijen om vanaf hun pensioendatum het tot 1982 opgebouwde ouderdomspensioen bij helfte te delen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Partijen worden veroordeeld om het tot 1982 opgebouwde ouderdomspensioen vanaf hun pensioendatum bij helfte te delen.