Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Overijssel
Eiser betwistte de WOZ-waarde van zijn bosperceel van 36.650 m² in Denekamp, vastgesteld op €36.000 per 1 januari 2011. Hij stelde dat het perceel niet als afzonderlijk WOZ-object mocht worden gewaardeerd omdat het deel uitmaakt van een landgoed dat is aangewezen op grond van de Natuurschoonwet 1928.
Verweerder voerde aan dat de onroerende zaak wel als zelfstandig WOZ-object moet worden gewaardeerd, mede gelet op een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tevens stelde verweerder dat het landgoed op de peildatum niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van de WOZ-waarde, waardoor de waarde terecht is vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het landgoed op 1 januari 2011 niet voldeed aan de voorwaarden uit artikel 220d van de Gemeentewet en het Rangschikkingsbesluit, zodat de vrijstellingsregeling niet van toepassing was. Verweerder mocht daarom een WOZ-waarde toekennen. Ter onderbouwing werd een taxatierapport overgelegd dat een vergelijkbare verkooptransactie aanvoerde. De rechtbank achtte de vastgestelde waarde niet te hoog en verklaarde het beroep ongegrond.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Oosterveld op 3 november 2014.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van €36.000 blijft gehandhaafd.