ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0266
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering landgoed en toepassing landgoederenvrijstelling Wet WOZ
Belanghebbende is eigenaar van een landgoed bestaande uit opstallen, erf, bosperceel en cultuurgrond. De Ambtenaar stelde de WOZ-waarde vast op €475.000, waarbij de landgoederenvrijstelling werd toegepast. De rechtbank vernietigde deze beschikking, maar het hof bevestigt dat de vrijstelling niet van toepassing is omdat het landgoed niet aan de wettelijke criteria voldoet.
Het geschil spitst zich toe op de waardering van het object, de vraag of het bosperceel tot het WOZ-object behoort, en de toepassing van de landgoederenvrijstelling. Het hof oordeelt dat het bosperceel niet tot het object behoort vanwege de afstand en het ontbreken van samenhangend gebruik. Tevens is de vrijstelling niet van toepassing omdat het landgoed niet voldoet aan de criteria van de Natuurschoonwet.
Belanghebbende voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden doordat de vrijstelling elders wel werd toegepast, maar kon dit niet onderbouwen. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De waarde van het object wordt daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €475.000 bevestigd.