Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
het medeplegen van gewoontewitwassen.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een 60-jarige vrouw uit Deventer die werd verdacht van medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 12 april 2013. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vier maanden en verbeurdverklaring van beslag.
Tijdens het onderzoek werden contante geldbedragen van €7.200 en later €14.545 in beslag genomen bij huiszoekingen in de woning van verdachte en haar echtgenoot. Uit financieel onderzoek bleek dat verdachte meer contant geld had dan verklaard uit legale bronnen, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs dat dit geld uit misdrijf afkomstig was. Verdachte verklaarde dat het geld afkomstig was uit erfenissen, verzekeringsuitkeringen en belastingteruggaven.
De rechtbank oordeelde dat het scenario van verdachte weliswaar bevreemdend was, maar niet geheel uitgesloten kon worden. Er ontbrak een doorslaggevend bewijs dat het geld uit misdrijf kwam. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van gewoontewitwassen en gelastte de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van €14.545.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen gewoontewitwassen wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.