Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
het medeplegen van gewoontewitwassen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 62-jarige man uit Deventer die werd verdacht van het medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 12 april 2013. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vier maanden en verbeurdverklaring van beslag.
Tijdens het onderzoek werden contante geldbedragen aangetroffen bij huiszoekingen in 2012 en 2013, in totaal € 21.745,--. Verdachte verklaarde dat deze gelden afkomstig waren uit erfenissen, een uitkering van een inboedelverzekering en belastingteruggaven, contant gemaakt en verspreid in de woning. Daarnaast ontving hij kostgeld van zijn zoon en leefde hij zuinig. Financieel onderzoek toonde aan dat verdachte meer contant geld had dan reguliere inkomsten konden verklaren.
De rechtbank oordeelde echter dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak om aan te nemen dat het geld uit enig misdrijf afkomstig was. Hoewel het scenario van verdachte bevreemdend was, kon het niet worden uitgesloten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en gelastte de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 7.200,-- dat niet vatbaar was voor verbeurdverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen gewoontewitwassen wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.