ECLI:NL:RBOVE:2014:6427
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens twijfel aan betrouwbaarheid niet zorgvuldig gemotiveerd
Eiser, werkzaam in de beveiligingsbranche, kreeg de toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden ingetrokken door de korpschef vanwege een transactie aangeboden voor mishandeling. Eiser ontkende de mishandeling en stelde dat geen strafrechtelijke veroordeling was uitgesproken, en dat hij een blanco strafblad en een smetteloos arbeidsverleden had. De rechtbank oordeelde dat de korpschef beoordelingsvrijheid heeft om betrouwbaarheid te toetsen, maar dat bij de motivering van het besluit rekening moet worden gehouden met alle relevante omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat de korpschef onvoldoende rekening had gehouden met het blanco strafblad van eiser, zijn acht jaar ervaring zonder incidenten, en de context van het incident dat zich in de privésfeer had voorgedaan. De motivering van het bestreden besluit was daarom ontoereikend en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank vernietigde het besluit en droeg de korpschef op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de toestemming wordt vernietigd.