Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
het college van burgemeester en wethouders van Olst - Wijhe, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
.Op dit perceel bevinden zich 11 bomen, waarvan derde-partij drie op het voorerf en 4 op het zijerf wenst te verwijderen. Het betreft twee Essen en vijf Esdoorns met een stamdoorsnede op 130cm hoogte boven het maaiveld van circa 25cm. De overige vier bomen zijn geen onderwerp van de aangevraagde vergunning. Als reden voor de activiteit heeft derde-partij opgegeven dat de te verwijderen bomen overlast veroorzaken doordat zij te dicht op zijn woning staan.
- ad a: in 2010 bij het handhaven van de bomenrij in een quickscan reeds is vastgesteld, dat deze door diverse vleermuissoorten wordt gebruikt als foerageergebied, en dat deze bomenrij als laanstructuur en door het vellen van houtopstand elders in de gemeente Olst-Wijhe voor de vleermuizen noodzakelijk is om voedsel te kunnen vinden;
- ad b, c en d: de bomenrij de wijk waarin zij wonen groen en aantrekkelijk maakt en de leefbaarheid daarvan ten goede komt;
- ad f: geen sprake is van een situatie waarin de leefbaarheid van de bomenrij geen waarde meer heeft. Het argument dat de bomen te dicht op de gevel van de woning van derde-partij staan en dat de bomen daardoor niet meer volledig kunnen uitgroeien achten verzoekers onjuist.
Beslissing
- schorst de vergunning tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 165,00 aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 68,28.