Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster],
[belanghebbende],
Het procesverloop
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 5 maart 2014, gevolgd door aanvullende stukken, ingekomen op 7 maart 2014;
- het verweerschrift, met bijlagen, binnengekomen op 06 augustus 2014;
- een akte naar aanleiding van het verweerschrift, binnengekomen op 24 oktober 2014.
De feiten
- de inhoud van hiervoor bedoeld echtscheidingsconvenant deel uitmaakt van die beschikking,
- de man aan de vrouw met ingang van de datum waarop de vrouw met de dochter van partijen gaat wonen aan de [adres 3] te [plaats], doch naar inschatting van partijen uiterlijk 1 juni 2008, mits de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, aan de vrouw zal voldoen als bijdrage in de kosten van levensonderhoud een bedrag van € 1.000,-- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en
- dat de man met ingang van de datum waarop de vrouw met de dochter van partijen gaat wonen aan de [adres 3] te [plaats], doch naar inschatting van partijen uiterlijk 1 juni 2008, aan de vrouw zal verstrekken als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige een bedrag van € 1.100,-- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
Het verzoek
Het verweer tevens zelfstandig verzoek
- de door hem te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van, naar de rechtbank aanneemt, de vrouw vast te stellen op een door de rechtbank te bepalen bedrag, doch niet hoger dan de draagkracht van de man, eveneens met ingang van de datum van deze beschikking, subsidiair de datum van indiening van het verzoekschrift door de vrouw; en
- met ingang van 1 januari 2015 er rekening mee te houden dat er geen forfaitaire aftrek voor kinderalimentatie meer bestaat.