Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
Het hof heeft geoordeeld dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden die maakt dat de door partijen overeengekomen regeling niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven. Het heeft vervolgens de betreffende bepaling van het ouderschapsplan ontbonden omdat de vader is tekortgeschoten in de nakoming van de op hem rustende verbintenis. De vader komt hier in cassatie tegen op.
2.Feiten en procesverloop
- dat artikel 8 van Pro het ouderschapsplan waar het gaat om de afspraak van de kindrekening wordt gewijzigd in die zin dat de moeder wordt ontslagen van de verplichting om maandelijks te moeten inleggen op de kindrekening, en
- dat haar voorstel tot het verdelen van de kostenposten conform haar voorstel zal worden toegewezen. [7]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Behoefte (van de minderjarige) en draagkracht (van de ouders) zijn aldus de wettelijke maatstaven aan de hand waarvan wordt bepaald wat ieders bijdrage is in de kosten die zijn gemoeid met verzorging en opvoeding. [10]
ten nadelevan minderjarige kinderen kan worden afgeweken van de wettelijke maatstaven. [13] De ouders kunnen dus afspraken maken over kinderalimentatie, maar dat betekent nog niet dat dit geheel ter vrije bepaling van partijen staat. [14]
bewustvan de wettelijke maatstaven zijn afgeweken [17] (wat, zoals uit het voorgaande volgt, alleen
ten gunstevan minderjarige kinderen kan [18] ). Dat kan anders zijn, zo overwoog de Hoge Raad in een beschikking uit 2021, als de onderhoudsplichtige ouder ook onderhoudsverplichtingen heeft jegens andere kinderen, onder wie kinderen uit andere relaties. Niet-toepasselijkheid van art. 1:401 lid 5 BW Pro zou in dat geval immers in strijd kunnen komen met de regel dat bij het bepalen van de draagkracht rekening moet worden gehouden met onderhoudsverplichtingen jegens andere kinderen. De Hoge Raad overwoog vervolgens: [19]
verhouding waarin, maar op de
wijze waaropdoor de ouders in de kosten van verzorging en opvoeding wordt voorzien, dan is de maatstaf van art. 1:401 BW Pro mijns inziens niet bruikbaar. Het lijkt mij evenwel niet uitgesloten dat een afspraak tussen de ouders op dit punt door de rechter wordt gewijzigd, in die zin dat, in gevallen waarin de ouders zijn overeengekomen dat zij een kindrekening zullen gebruiken, de rechter (alsnog) kinderalimentatie vaststelt, als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. [21] Na deze inleidende opmerkingen keer ik terug naar de zaak.
De moeder heeft uitdrukkelijk geen kinderalimentatie verzocht, omdat zij niet financieel afhankelijk wil zijn van de vader. [24] Bij de mondelinge behandeling bij het hof heeft de moeder dat standpunt herhaald [25] , maar ook onder meer opgemerkt: [26]
uitvoeringvan de afspraken met betrekking tot de kindrekening. Daarmee betreft het niet een wijziging van een omstandigheid die aan de vaststelling van de regeling in het ouderschapsplan ten grondslag heeft gelegen. Aan het verzoek is door de moeder ook niet ten grondslag gelegd dat de behoefte van de minderjarige dan wel de draagkracht van (één van) de ouders is veranderd. [32] In het licht van dit een en ander is het oordeel van het hof dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden in de zin van art. 1:401 lid 1 BW Pro die maakt dat de door partijen overeengekomen regeling niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven, onjuist dan wel onbegrijpelijk. Het hierop gerichte subonderdeel 1.1 slaagt dan ook.
Bij deze stand van zaken behoeven de overige (sub)onderdelen geen bespreking. [33] Ik merk evenwel nog het volgende op.
wijze waaropdie bijdrage wordt betaald. Bij de beoordeling van een dergelijk verzoek is de maatstaf van art. 1:401 BW Pro als gezegd mijns inziens niet bruikbaar.