Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker],
[belanghebbende],
Het procesverloop
De vaststaande feiten
De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing
De beslissing
3 maart 2015.
Rechtbank Overijssel
De minderjarige heeft de kinderrechter verzocht om zijn hoofdverblijfplaats met ingang van 24 december 2014 bij zijn vader vast te stellen. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag en het kind verblijft momenteel bij de moeder. De moeder betwist de ontvankelijkheid van het verzoek en verzoekt subsidiair om aanhouding van de zaak in afwachting van een raadsonderzoek.
De kinderrechter heeft de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten naar de hoofdverblijfplaats van de minderjarige. Gezien de inhoud van een brief van de moeder acht de kinderrechter het van belang nu al duidelijkheid te geven over de ontvankelijkheid van het verzoek. Op grond van artikel 1:253a lid 4 BW, in samenhang met artikel 1:377g BW, staat de informele rechtsingang open voor minderjarigen die een beslissing wensen over de uitoefening van het ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats.
De kinderrechter overweegt dat de minderjarige, die niet eerder door een rechter is gehoord bij het beëindigen van de relatie van zijn ouders, dit verzoek kan indienen. Daarom wordt hij ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Verdere beslissing wordt aangehouden tot het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming is afgerond.
Uitkomst: De minderjarige wordt ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van zijn hoofdverblijfplaats bij zijn vader.